Voedingsadvies bij hypoglykemie (te laag bloedglucose)

Wanneer u last heeft van een te lage bloedglucose (hypoglykemie) kunnen de volgende klachten zich voordoen: trillen, transpireren, bleekheid, duizeligheid, slap gevoel, vermoeidheid, spraakstoornissen, concentratiestoornissen, verwardheid, hoofdpijn, hartkloppingen, tintelingen, slecht zien, misselijkheid, honger, nervositeit, angst. Men spreekt van “idiopathische reactieve hypoglykemie”, wanneer deze klachten twee tot vijf uur na de maaltijd zonder duidelijke oorzaak optreden en vrijwel direct verdwijnen, als u koolhydraten (suiker) gebruikt. Of u wel/geen idiopatische reactieve hypoglykemie heeft is te meten aan de hoogte van de bloedglucose.

Voedingsadvies

Normaal gesproken zorgt een ingewikkeld samenspel van hormonen voor een vrij constante hoeveelheid suiker (glucose) in het bloed. Wanneer er iets mis is in de hormoonhuishouding kan er een teveel aan glucose (diabetes) of een tekort aan glucose (hypoglykemie) in het bloed ontstaan. De glucose in het bloed is afkomstig van de koolhydraten in de voeding. Koolhydraten is de verzamelnaam voor de verschillende soorten suikers en zetmeel in de voeding. Koolhydraten komen onder andere voor in:

  • Aardappelen, macaroni, spaghetti (zetmeel)
  • Brood, beschuit, crackers (zetmeel)
  • Graanproducten zoals rijst, haver, maïs (zetmeel)
  • Peulvruchten zoals witte en bruine bonen (zetmeel)
  • Fruit, vruchtensap (fructose)
  • Melk, yoghurt, karnemelk (lactose)
  • Vla, pudding, vruchtenyoghurt (suiker - lactose - zetmeel)
  • Koek, ontbijtkoek, gebak (suiker - zetmeel)
  • Suiker honing, zoet broodbeleg, limonade, snoep (suiker)

Het voedingsadvies is bedoeld om de hoeveelheid glucose in het bloed zoveel als mogelijk is op een normaal peil te houden.

Algemene richtlijnen

Om een goede voeding samen te stellen, waarbij u zo min mogelijk klachten heeft, zijn de volgende punten van belang:

Koolhydraten

In uw voeding mogen evenveel koolhydraten voorkomen als in een gewone voeding. U mag dus een normale hoeveelheid brood, aardappelen, fruit en dergelijke eten. Om klachten te voorkomen is het wel van belang de koolhydraten goed over de dag te verdelen. Dit doet u door zes kleinere maaltijden, verdeeld over dag en avond te nemen, in plaats van drie grote maaltijden. Hierdoor vindt de aanvoer van koolhydraten gelijkmatiger plaats en zal minder snel een laag bloedglucosegehalte ontstaan.

Geschikte tussendoortjes zijn: Volkoren knäckebröd of volkoren beschuit met beleg, volkorenbiscuit, ongezoete yoghurt of kwark met vers fruit of muesli, fruit, glas melk of karnemelk.

U kunt ook het ontbijt en de tweede broodmaaltijd “in tweeën knippen”. U neemt dan de helft van het brood tijdens ontbijt of lunch. Bij de koffie ’s morgens en ’s middags neemt u dan de andere helft.

Suiker

Het gebruik van suiker is in beperkte mate toegestaan. Te veel suiker is echter niet goed. Dat geldt voor iedereen, maar in het bijzonder voor mensen met reactieve hypoglykemie.

Suiker geeft een snelle stijging van het bloedglucosegehalte. Als reactie hierop gaat het lichaam veel bloedglucose – verlagend hormoon (insuline) - produceren. Dit is normaal, maar bij u schiet dit meestal te ver door, waardoor na verloop van tijd een té lage bloedglucosespiegel ontstaat, met alle klachten hiervan. Vooral suikers in opgeloste vorm (limonade, zoete yoghurtdrank, chocolademelk) en suikerrijke tussendoortjes (snoep, koekjes, cake, ijs) geven een zeer snelle bloedglucosestijging en vervolgens een zeer sterke bloedglucosedaling. Daarom is het aan te raden om gewone limonade te vervangen door de light-soorten en zeer matig te zijn met snoep. Suiker als onderdeel van de maaltijd geeft een langzamere bloedglucosestijging en kunt u wel met mate gebruiken. Bijvoorbeeld: een nagerecht met suiker of een sneetje volkorenbrood met gewoon zoet beleg.

Vezels

Het is belangrijk om bij elke maaltijd te zorgen voor voldoende “voedingsvezels”. Vezels vertragen de vertering en remmen daardoor de snelheid van de bloedglucosestijging. Vezels zorgen zo voor een evenwichtiger glucosegehalte van het bloed.

Tips

  • Minimaal 200 g groenten en rauwkost per dag
  • Minimaal 2 stuks vers fruit per dag, zo mogelijk met schil.
  • Rauwkost of fruit bij de broodmaaltijden.
  • Grove graanproducten, zoals volkoren-, rogge- en bruinbrood
  • Volkorenbrood of volkorenbeschuit in plaats van wit brood
  • Ongezoete muesli, graanvlokkenmengsels, havermout
  • Regelmatig zilvervliesrijst en volkorendeegwaren in plaats van witte rijst en gewone deegwaren
  • Regelmatig peulvruchten, zoals witte en bruine bonen, kapucijners in plaats van aardappelen of als vleesvervanging

Alcohol

Alcohol doet de bloedglucose dalen en kan op deze manier hypoglykemie veroorzaken. Dit effect kan direct, maar ook enige uren later optreden. Het is aan te raden om zo weinig mogelijk alcohol te gebruiken. Als u wel alcohol drinkt, dient u extra koolhydraten te gebruiken. U kunt dit het beste doen tijdens het drinken van alcoholische drank en ook één tot twee uur later. Kies voor een evenwichtig samengestelde, koolhydraat-bevattende tussenmaaltijd, bijvoorbeeld een sneetje volkorenbrood of een volkorencracker met hartig beleg.

Cafeïne

Cafeïne kan het optreden van de symptomen van hypoglykemie bevorderen. De ene persoon is hier gevoeliger voor dan de andere persoon. U zult zelf moeten ondervinden hoeveel cafeïne u kunt verdragen. Cafeïne komt voor in koffie, cola, sommige energie-dranken, groene en zwarte thee, cacao, chocolade en enkele geneesmiddelen, zoals pijnstillers en hoestdrank. Mogelijke alternatieven zijn rooibosthee, kruidenthee, cafeïnevrije koffie, vruchtenkoffie, granenkoffie, bouillon, groentebouillon, soep, groentesap, vruchtensap of ongezoete melkproducten.

Rustig eten

Het tempo waarin u eet, heeft ook invloed op de stijging van de bloedglucose. Hoe sneller u eet, hoe sneller de bloedglucose stijgt en vervolgens ook weer daalt. Het is daarom goed om rustig en met aandacht te eten en het voedsel goed te kauwen.

Beweging

Probeer elke dag minstens een half uur te bewegen, bijvoorbeeld wandelen, fietsen, tuinieren of zwemmen. Als u beweegt, verbruikt uw lichaam energie in de vorm van glucose. Hoe meer u beweegt, hoe meer glucose er wordt verbruikt en hoe lager uw bloedglucosegehalte wordt. Bij een matige inspanning zult u hiervan weinig hinder ondervinden. U zult uit ervaring moeten leren of u extra koolhydraten moet gebruiken en hoeveel.

Stress

Ook angst, spanning, stress en emoties kunnen een belangrijke rol spelen bij het optreden van hypoglykemische klachten.

Meer informatie

Heeft u vragen of wenst u meer informatie dan kunt u contact opnemen met de diëtist. ZorgSaam Zorggroep Zeeuws-Vlaanderen, tel: 0115 - 688262 / E-mail: dietist@zzv.nl