Pleurapunctie

In overleg met uw longarts is besloten tot een pleurapunctie. Bij een pleurapunctie haalt de longarts of de ziekenhuisarts met behulp van een naald of dun slangetje vocht weg dat rond uw long zit. In deze brochure krijgt u meer informatie over dit onderzoek, de voorbereiding en wat u na afloop kan verwachten. Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, bespreek ze dan vóór het onderzoek met uw longarts of de ziekenhuisarts. U kunt zich ook tijdens kantooruren wenden tot de secretaresses van de longartsen tel:0115-688699.

Oorzaak van vochtophoping achterhalen

Uw longen zijn omgeven door een longvlies en een borstvlies. De ruimte hier tussen noemt men de pleuraholte. Hier kan zich vocht ophopen. Dit kan leiden tot kortademigheid. Met een röntgenfoto van de borstkas kan de arts zien of er vocht aanwezig is rond uw longen. Door dit vocht weg te halen en te onderzoeken kan de arts de oorzaak van de vochtophoping achterhalen en de klachten van eventuele kortademigheid laten afnemen.

Onderzoek

Het onderzoek kan op twee manieren gebeuren.

Diagnostische pleurapunctie

De arts haalt een klein beetje vocht weg om het te laten onderzoeken. De duur van dit onderzoek is ongeveer 15 minuten. Tijdens dit onderzoek zit u met ontbloot bovenlijf rechtop op de rand van een bed. De arts zoekt door te kloppen en/of met echografie de plaats waar het meeste vocht zit en markeert deze plaats. Nadat de huid is gedesinfecteerd zuigt hij met een injectienaald het vocht tussen de vliezen op. Dit vocht sturen we voor onderzoek naar het laboratorium. De prikplaats wordt afgeplakt met een pleister.

Therapeutische pleurapunctie

De arts haalt zoveel mogelijk vocht weg om de kortademigheidsklachten te verminderen. De duur van dit onderzoek is ongeveer 30 minuten. Tijdens dit onderzoek zit u met ontbloot bovenlijf rechtop op de rand van een bed.  De arts zoekt door te kloppen en/of met echografie de plaats waar het meeste vocht zit en markeert deze plaats. Nadat de huid is gedesinfecteerd geeft hij een injectie om uw huid, de spierlaag en het borstvlies te verdoven. Vervolgens brengt de arts aan uw rugzijde een dun slangetje in tot in de pleuraholte (tussen de twee vliezen). Via het slangetje loopt het vocht af. De arts zal zoveel mogelijk vocht weghalen. Het is niet altijd mogelijk om al het vocht in één keer weg te halen.  Als het onderzoek klaar is haalt de arts het  slangetje er weer uit. Soms wordt dit vocht opgestuurd naar het laboratorium. De prikplaats wordt afgeplakt met een pleister.

Na een therapeutische pleurapunctie kan er een beperkte prikkelhoest ontstaan. Deze hoest verdwijnt binnen enkele uren.

Patiënten die medicijnen gebruiken

Als u medicijnen gebruikt, dan is het belangrijk dat u dit van te voren met uw longarts bespreekt. Deze kan u vertellen of u met deze medicijnen moet stoppen en vanaf wanneer.

Met bloedverdunnende medicijnen moet u meestal voor het onderzoek stoppen.

Voorbereiding

U mag op de dag van het onderzoek gewoon eten en drinken. Wel adviseren we om vlak voor het onderzoek niet uitgebreid te eten.

Na het onderzoek

Soms is het nodig dat er na het onderzoek nog een röntgenfoto van uw longen wordt gemaakt. Als dit niet meer nodig is mag u naar huis of gaat u terug naar de afdeling waar u opgenomen bent. U mag weer gewoon eten en drinken.

De uitslag van het vocht krijgt u van de longarts die het onderzoek heeft aangevraagd.  Het kan een paar dagen duren voordat de uitslag bekend is. Het kan zijn dat u in de maand na uw onderzoek gebeld wordt door een verpleegkundige van onze afdeling in verband met een kwaliteitsonderzoekje. U kunt natuurlijk altijd aangeven dat u hier niet aan mee wilt werken.

Mogelijke complicaties

De longpunctie is over het algemeen een veilig onderzoek, maar er kunnen complicaties optreden. Het optreden hiervan is zeldzaam.

Na het afnemen van het vocht kan er lucht lekken. Hierdoor ontstaat een klaplong. Als de klaplong klein is kan het verloop worden afgewacht. Is deze groot, dan stelt de arts voor een drain in de borstholte te brengen om zo de lucht sneller te laten verdwijnen en te zorgen dat de long weer ontplooit. U wordt in dit geval enkele dagen opgenomen.

Na de punctie kan er een bloeding/bloeduitstorting ontstaan tussen de vliezen. Soms is in dit geval drainplaatsing nodig.

Als in de uren na de punctie toenemende klachten van kortademigheid en/of pijn op de borstkas ontstaan moet u contact opnemen met de longarts tijdens kantooruren. Buiten kantooruren contact opnemen met de huisarts.