Norovirus

Het norovirus is een zeer besmettelijk virus dat een ontsteking van het slijmvlies van het maagdarmkanaal veroorzaakt. In de volksmond wordt dit ziektebeeld vaak buikgriep genoemd. Het heerst met enige regelmaat in het winterseizoen.

Het norovirus kan zich snel verspreiden op plaatsen waar veel mensen samenzijn. Het virus kan daarom in een instelling grote problemen veroorzaken. Veel ziekenhuispatiënten hebben een verminderde weerstand, waardoor zij gevoeliger zijn voor infecties. Het is daarom belangrijk om verspreiding van het virus in het ziekenhuis zo veel mogelijk te voorkomen.

Kort nadat iemand besmet is geraakt, zit het norovirus in de ontlasting en blijft daarin een aantal dagen aanwezig. Besmetting met het virus kan op diverse manieren plaatsvinden: 

  • Via handen die na bezoek aan het toilet niet of niet goed zijn gewassen. Daarom is het belangrijk dat u uw handen goed wast na ieder toiletbezoek.
  • Via besmette oppervlakken (bijvoorbeeld deurklinken, lichtknopjes en dergelijke).
  • Via braaksel. Als iemand braakt, kan het virus zich via de lucht verspreiden.

Wat zijn de klachten?

Meestal beginnen de klachten binnen 1 tot 3 dagen nadat iemand met het virus besmet is geraakt. Braken en diarree zijn de meest opvallende verschijnselen. Het braken is vaak heel heftig en kan erg plotseling optreden. Naast braken en diarree komen ook klachten voor als misselijkheid, koorts, hoofdpijn, buikpijn en buikkramp. Een besmetting met het norovirus is in de meeste gevallen niet gevaarlijk. In uitzonderlijke gevallen leidt een besmetting met het norovirus tot uitdroging.

Is het virus te behandelen?

Er bestaan geen medicijnen tegen het norovirus. De klachten verdwijnen in de meeste gevallen vanzelf. Het is wel belangrijk dat u voldoende drinkt om uitdroging te voorkomen.

Maatregelen tijdens opname

Wanneer blijkt dat u besmet bent met het norovirus, worden maatregelen genomen om de verspreiding van het virus te voorkomen. Ook wanneer wordt vermoed dat u besmet bent, worden deze maatregelen genomen (zie maatregelen bij mogelijke besmetting).

  • U wordt verplaatst naar een éénpersoonskamer wanneer u daar nog niet ligt. Om verspreiding te voorkomen wordt druppel-contact isolatie toegepast.
  • Wanneer meerdere patiënten op de afdeling besmet zijn, kan het zijn dat deze patiënten samen op een kamer worden verpleegd. Dit noemen we cohortverpleging.
  • Zorgmedewerkers dragen een schort, handschoenen en mondneusmasker wanneer ze u komen verzorgen of onderzoeken.
  • U mag alleen gebruik maken van het toilet welke u is aangewezen
  • Nadat u naar het toilet bent geweest, moet u uw handen goed wassen met water en zeep en daarna de handen goed drogen met een papieren handdoek.
  • U mag de kamer alleen verlaten wanneer u daar toestemming voor heeft van de verpleegkundige
  • Uw wasgoed mag mee naar huis en wordt thuis op 60 graden gewassen.

Maatregelen bij mogelijke besmetting

Wanneer u op een kamer ligt (of heeft gelegen) bij een patiënt die besmet is met het norovirus, kunt  u ook besmet zijn, maar nog geen klachten vertonen. In dit geval wordt u, uit voorzorg, gedurende 48 uur in zogenaamde “contactisolatie” verpleegd.

  • Zorgmedewerkers dragen een schort en handschoenen als ze u verzorgen of onderzoeken
  • U mag alleen gebruik maken van het toilet welke u is aangewezen
  • U mag de kamer alleen verlaten wanneer u daar toestemming voor heeft van de verpleegkundige
  • Wanneer u na 48 uur geen klachten vertoont zoals braken of diarree wordt de isolatie gestopt
  • Krijgt u wel klachten, meldt dit dan direct bij de verpleegkundige.

Maatregelen voor bezoekers

U mag bezoek ontvangen. Wel gelden voor uw bezoekers de volgende maatregelen:

  • Uw bezoek moet voor het verlaten van de kamer de handen wassen met water en zeep.
  • Als uw bezoek nog andere patiënten in het ziekenhuis wil bezoeken, dan bezoeken zij u als laatste.
  • Bezoek mag geen gebruik maken van de toiletten op de patiëntenkamers en de afdeling.
  • Bezoek dat zelf buikgriep heeft, komt bij voorkeur niet op bezoek.
  • Beperk het bezoek van kinderen, omdat zij minder een besef van hygiëne hebben.

Maatregelen thuis

Wanneer u weer thuis bent, hoeft u geen aparte maatregelen te treffen. Wast u na toiletgebruik wel altijd grondig uw handen met water én zeep en droog deze goed af.

Vragen?

Heeft u nog vragen? Stel ze dan gerust aan de verpleegkundigen van de afdeling, zij staan u graag te woord. Voor meer informatie kunt u terecht bij de afdeling infectiepreventie, tel.: 0115-688550­.

Juni 2022