ERAS: versneld herstel na darmchirurgie

ERAS is een afkorting van de Engelse woorden: Enhanced Recovery After Surgery. Dit betekent: versneld hersteld na operatie. Een ERAS programma is een kwaliteitsprogramma rondom een operatie, waarin alle factoren die een positieve invloed hebben op uw herstel zijn samengebracht.  De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op het herstel na een operatie. Zo blijkt het herstel na de operatie versneld te kunnen worden door:

  • Een zo klein mogelijke insnijding door de chirurg: hoe minder schade aan weefsel wordt aangericht, des te sneller is het herstel.
  • Een optimale pijnbestrijding, waarbij niet alleen de pijn effectief wordt bestreden, maar waarbij ook de nadelige effecten van de pijnbestrijding (op maag en darmwerking) worden geminimaliseerd;
  • Een zo kort mogelijke periode van bedrust, zodat verlies van spierkracht wordt beperkt;
  • Een zo kort mogelijke periode van voedselonthouding, zodat gewichtsverlies (en daarmee verlies van spiermassa en spierkracht) wordt tegengegaan.

U wordt binnenkort opgenomen voor een dikke darm operatie. Bij deze operatie wordt het ERAS programma toegepast. Het programma bestaat uit een twintigtal elementen van zorg, die allen samen ervoor zorgen dat u na de operatie sneller herstelt. Hierbij stellen we u als patiënt centraal. Dat wil zeggen dat alle elementen worden toegepast naar uw kunnen.

Het herstel begint meteen na de operatie

  • Bij terugkomst op de afdeling mag u drinken, krijgt u een vloeibare maaltijd aangeboden en mag u eventjes rechtop in bed of in de stoel zitten;
  • De eerste dag na de operatie werken de darmen weer (u hebt rommelingen in de buik en u kunt windjes laten). U bent in staat om anderhalve liter te drinken, zodat het infuus gestopt kan worden. U krijgt ’s avonds de eerste broodmaaltijd en u zit een aantal keren per dag in de stoel.
  • De tweede dag na de operatie hebt u geen hulp meer nodig bij toiletgang en wassen en kunt u wandelen op de gang. We bestrijden de pijn met tabletten.

Optimale zorg vóór de operatie

Goede voorlichting voor de operatie is belangrijk. U zult minder angstig zijn als u precies weet wat u te wachten staat. De verpleegkundig specialist MDL (maag-darm-lever) heeft daarom een uitgebreid gesprek met u over het ERAS programma. Wanneer u op de wachtlijst geplaatst wordt voor de operatie, wordt u ook doorgestuurd naar het preoperatieve spreekuur (POS) voor een gesprek met o.a. een anesthesist (narcotiseur). De anesthesist beoordeelt het risico van de narcose en zal, als dat nodig is, aanvullend onderzoek aanvragen om uw hart en longfunctie in kaart te brengen, zoals bloed prikken, een hartfilmpje of een bezoek bij de cardioloog. U kunt vragen stellen over de narcose en de pijnbestrijding na de operatie.

Optimale zorg de dag voor de operatie

Darmvoorbereiding

Het totaal reinigen van de darm voor een operatie heeft veel nadelen. Het is niet alleen heel onprettig voor u als patiënt, maar het geeft ook grote kans op uitdroging en een slechtere conditie voor de operatie. Dat is ongunstig voor het herstel na de operatie. Een totale darmreiniging wordt daarom voor een dikke darmoperatie (bij het ERAS programma) niet meer toegepast.

Wanneer u aan het eerste stuk van de dikke darm (“rechts”) geopereerd wordt, krijgt u helemaal geen laxeermiddel. De ontlasting is in het eerste stuk van de dikke darm nog heel dun en kan door de chirurg gemakkelijk verwijderd worden. Wordt u aan het laatste stuk van de dikke darm (“links”) geopereerd, dan zult u de avond voor de operatie en op de ochtend van de operatie, een klysma krijgen om het laatste stukje van de darm te reinigen.

Opnamedag

U wordt opgenomen op de dag van de operatie. Bij een operatie aan het linker gedeelte van de dikke darm geldt deze afspraak ook, mits u (of eventueel een mantelzorger) zichzelf de avond voor de operatie een klysma kunt toedienen. Bent u niet in staat om uzelf een klysma toe te dienen de avond vóór de operatie, dan wordt u een dag van te voren opgenomen en krijgt u het klysma toegediend door de afdelingsverpleegkundige.

Voeding

U krijgt minstens 5 dagen voor de operatie speciale dieetvoeding: Oral Impact. Dit kunt u naast uw gewone voeding gebruiken. We schakelen hiervoor de diëtiste in. Zij legt alles uit en regelt de bestelling van deze voeding. Oral Impact is een volledige drinkvoeding, met ondersteunende voedingsstoffen. Deze helpen uw lichaam sneller te herstellen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik van Oral Impact de kans op complicaties vermindert.

Bij Diabetes Mellitus (niet-insuline afhankelijk) adviseren we om enkele dagen na het opstarten van de Oral Impact een niet- nuchtere glucose te laten controleren op het laboratorium. U krijgt hiervoor een lab-bon mee. Indien u insuline afhankelijk bent, krijgt u een afspraak bij de diabetesverpleegkundige.

Het is belangrijk dat u de dag voor de operatie minstens anderhalve liter drinkt. Uiteraard neemt u geen alcoholische dranken de dag voor de operatie. Tot 24.00 uur mag u vrij drinken (geen alcohol), daarna alleen nog water tot twee uur voor de operatie.

Stomaplaats bepalen

Het is mogelijk dat de chirurg opdracht geeft aan de verpleegkundige om uit voorzorg een plaats af te tekenen op uw buik voor het aanleggen van een stoma. Dat wil dus zeker niet zeggen dat u ook daadwerkelijk een stoma krijgt: het gaat hierbij om een preventieve maatregel. U krijgt hier aanvullende uitleg over door de verpleegkundige.

Slaap- en kalmeringstabletten

Slaap- en kalmeringstabletten geven we niet meer standaard voor de operatie. De kans dat u na de operatie nog suf bent van de slaap- of kalmeringstabletten is namelijk erg groot als u niet gewend bent deze te nemen. Bij sufheid is het moeilijk om na de operatie het herstel in gang te zetten met drinken, eten en bewegen.

Wanneer u dagelijks een slaap- of kalmeringstablet gebruikt, mag u deze blijven nemen. Sufheid komt veel minder voor wanneer u deze tabletten gewend bent te gebruiken. Bent u erg nerveus voor de operatie, overleg dan met de anesthesist dat hij/zij toch een slaap- of kalmeringstabletje voorschrijft.

Optimale zorg de dag van de operatie

Pijnbestrijding

Voor de operatie wordt tussen de wervels, een slangetje (epidurale katheter) ingebracht. Het slangetje is aangesloten op een pijnpomp, zodat het mogelijk is om op de plaats van de operatie de pijn te bestrijden. Door deze plaatselijke verdoving is er veel minder morfine nodig. Bijwerkingen van morfine zoals sufheid en het stil vallen van de darmwerking komen daarom veel minder voor. Vooral het niet stilvallen van de darmwerking is belangrijk voor een snel herstel; daardoor kunt u meteen na de operatie weer eten en drinken. Twee dagen na de operatie wordt de epidurale katheter verwijderd. Naast de pijnbestrijding via de pijnpomp, krijgt u ook vier maal per dag twee tabletten Paracetamol. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft. Een goede pijnbestrijding is van groot belang voor een snel herstel.

Anesthesie

De epidurale katheter, via de pijnpomp, zorgt voor een plaatselijke verdoving. Daarnaast krijgt u algehele anesthesie (volledige narcose). De algehele anesthesie zal zo afgestemd zijn dat u niets merkt van de operatie en binnen een half uur na het beëindigen van de operatie weer bij bewustzijn bent. De anesthesie werkt niet lang na, de tijd dat u op de recovery (uitslaapkamer) verblijft, is daardoor vrij kort.

Sondes, katheters en drains

Sondes, drains en katheters worden zo beperkt mogelijk gebruikt. Er worden standaard geen maagslang (sonde) en geen wondslangetjes (drains) ingebracht. Tijdens de operatie wordt alleen een slangetje in de blaas (blaaskatheter) ingebracht, omdat de blaas door de pijnpomp niet goed kan functioneren. De blaaskatheter wordt tegelijk met de pijnpomp, de tweede dag na de operatie verwijderd. Het infuus stopt op de eerste dag na de operatie, wanneer u in staat bent meer dan één liter per dag te drinken.

Eten en drinken

Bij terugkomst van de recovery krijgt u een glas water. Misselijkheid is de enige reden om niet te drinken. Het ERAS programma bevat een aantal onderdelen, die erop gericht zijn misselijkheid na de operatie te voorkomen. Zo wordt op het einde van de operatie uit voorzorg een middel tegen misselijkheid gegeven. Toch kan misselijkheid niet altijd voorkomen worden. Vooral de grootte van de operatie en de reactie van het lichaam op de verwonding bepalen of u misselijk wordt. Vrouwen blijken gevoeliger te zijn voor misselijk-heid dan mannen. Als u niet misselijk bent, probeer dan minstens een halve liter te drinken na de operatie.

Als avondeten krijgt u een vloeibare maaltijd aangeboden. U voelt zelf of u in staat bent te eten. Aangezien we uit ervaring weten dat u de eerste dagen na de operatie geen normale hoeveelheden kunt eten, krijgt u speciale energierijke drinkvoeding. De dag van operatie krijgt u een pakje drinkvoeding aangeboden.

Beweging

Bewegen is niet alleen belangrijk om trombose te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat wanneer u rechtop zit, de ademhaling beter is. Luchtweg infecties komen daardoor minder voor. Ook is de zuurstofvoorziening naar de wond beter en dat is gunstig voor de genezing. Na de operatie wordt zo snel mogelijk gestart met de mobilisatie. De dag van de operatie moet u proberen eventjes rechtop in bed of in een stoel te zitten. Lage bloeddruk is de belangrijkste reden waarom mobiliseren niet lukt. De eerste keer dat u uit bed gaat, moet dit onder begeleiding van een verpleegkundige. Zij of hij houdt de bloeddruk in de gaten tijdens het mobiliseren.

Optimale zorg de dagen na de operatie

Pijnbestrijding

De epidurale katheter wordt de tweede dag na de operatie verwijderd. Een half uur voordat de katheter verwijderd wordt, krijgt u extra pijnmedicatie (Diclofenac), die werkt wanneer de epidurale verdoving is uitgewerkt. Daarnaast blijft Paracetamol als extra pijnmedicatie gehandhaafd. De pijnbestrijding is standaard:

Dag 0 + 1: epidurale verdoving (via pijnpomp)  / 4x 1000 mg paracetamol

Dag 2: epidurale katheter stopt / 2x 50 mg diclofenac / 4 x 1000 mg Paracetamol

Vanaf dag 4: eerst de Diclofenac 50 mg stoppen, daarna de Paracetamol afbouwen.

Vanaf dag 7: Paracetamol alleen bij pijn innemen.

Uiteraard verschilt de mate van pijn van persoon tot persoon en zal de dosering aangepast worden bij meer pijn.

Eten en drinken

De eerste dag na de operatie krijgt u vloeibaar eten. Als u niet misselijk bent, krijgt u ’s avonds de eerste normale broodmaaltijd. De maaltijden worden aangevuld met energierijke bijvoeding: twee pakjes per dag zolang u opgenomen bent.

Bewegen

De dagen na de operatie moet u proberen minstens zes uur uit bed te zijn en twee maal per dag een wandeling te maken over de afdeling. Uiteraard is een goede pijnbestrijding van groot belang voor de mobilisatie. Geef duidelijk aan wanneer pijn u belemmert uit bed te komen. Wanneer u niet in staat bent uit bed te komen, probeer dan zoveel mogelijk rechtop in bed te zitten.

Laxantia

Ter bevordering van de werking van de dikke darm en om verstopping te voorkomen, krijgt u gedurende opname tweemaal per dag een laxeermiddel. Op deze manier zorgen we er voor dat u binnen drie dagen ontlasting heeft. De darmen zijn immers niet leeg voor de operatie.

Eigen bijdrage aan herstel

Zoals vermeld proberen we het welbevinden na de operatie zo snel mogelijk te herstellen. Uw eigen actieve bijdrage is zeer belangrijk voor een goed herstel.

Optimale zorg na ontslag

Enkele voorwaarden voor ontslag uit het ziekenhuis zijn:

  • u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan;
  • u hebt ontlasting gehad;
  • u verdraagt normaal eten;
  • u hebt goede pijnbestrijding.

Uiteraard wordt de definitieve beslissing of u naar huis mag, in overleg met u, genomen door de chirurg. In principe hebt u, als u voor de operatie zelfstandig functioneerde, geen extra zorg nodig thuis. Wel is het prettig als u de eerste twee weken wat hulp kunt krijgen van partner, familie of andere naasten. Zware huishoudelijke klussen zullen wellicht nog moeilijk zijn.

Complicaties

Na iedere operatie kunnen complicaties optreden zoals een longontsteking of blaasontsteking. De belangrijkste complicaties na een dikke darmoperatie zijn:

  • Naadlekkage, een lek op de plaats waar de darm, nadat het zieke stuk is verwijderd, weer aan elkaar is gemaakt. De inhoud van de darm lekt weg in de buik en kan voor ontsteking van het buikvlies zorgen. De symptomen zijn: bolle, gespannen buik, misselijkheid en braken, koorts, buikpijn. Wanneer er sprake is van een naadlekkage, zult u opnieuw geopereerd worden.
  • Wondinfectie, een ontsteking van de huid op de plaats van de hechtingen. De symptomen zijn roodheid van de huid of lekken van wondvocht. Bij een wondinfectie zullen de hechtingen verwijderd worden, zodat het pus uitgespoeld kan worden. U hoeft voor een wondinfectie niet in het ziekenhuis te blijven.

Wanneer uw toestand na enkele dagen thuis achteruitgaat, bijvoorbeeld door buikpijn, braken of hevige rugpijn, moet u contact opnemen met de dienstdoende chirurg. Vermeld altijd dat u volgens het ERAS programma ben geopereerd!

  • Binnen kantooruren via het secretariaat chirurgie: 0115 688423 of 688020.
  • Buiten kantooruren en in het weekend via de Spoed Eisende Hulp (SEH): 0115 688314.

Wij vragen u de eerste week na ontslag elke ochtend de temperatuur op te nemen. Neem ook bij stijging van de temperatuur boven 38° contact op met de dienstdoende chirurg.

De verpleegkundig specialist MDL neemt 3 à 4 dagen nadat u uit het ziekenhuis ontslagen bent, telefonisch contact met u op om te horen hoe het met u gaat. Bij eventuele vragen kunt u ook zelf contact met haar opnemen: 0115 677403.