Behandeling VTE

Eerste keus: DOAC

Voorkeur: Rivaroxaban, eerste 3 weken  15 mg, 2x d.d. , daarna 20 mg,1x d.d.

Bij klaring 15-50 ml/min, 15 mg 1x d.d.

Eventueel: LMWH therapeutisch(bijlage2), 5 dagen, gevolgd door Dabigatran 150 mg, 2x d.d.

Bij >75 jaar, klaring30-50 ml/min. of andere risicofactoren 110mg, 2x d.d.

Eventueel: Apixaban, eerste week 10 mg, 2x d.d., daarna 5 mg, 2x d.d.

Bij klaring <30 ml/min, 2.5 mg  2x d.d.

Eventueel: LMWH therapeutisch(bijlage2), 5 dagen, gevolgd door Edoxaban 60 mg, 1x d.d.

Bij >75 jaar, klaring 30-50 ml/min. 30 mg, 1x d.d.

 

Tweede keus: VKA (met LMWH)

Voorkeur: LMWH therapeutisch(bijlage2), gevolgd door Fenprocoumon(opstartschema bijlage 5)

Eventueel: LMWH therapeutisch(bijlage2), gevolgd door Acenocoumarol(opstartschema bijlage5).

- VTE bij maligniteit: LMWH therapeutisch(bijlage2), 6 maanden of langer indien actieve maligniteit of chematherapie, eventueel over op Fenprocoumon na 6 maanden, hier liever geen acenocoumarol.

Rivaroxaban mag gegeven worden bij maligniteiten. Bespreek per vakgroep welke maligniteiten hiervoor worden uitgesloten i.v.m. verhoogd risico op slijmvlies bloedingen. 

 

Duur van de behandeling bij VTE:

- Eerste uitgelokte VTE:        3 maanden

- Eerste spontane VTE:         minimaal 3 maanden

Bij laag bloedingsrisico:   Onbepaalde tijd, jaarlijks bloedingsrisico overwegen.

Bij hoog bloedingsrisico:  3 maanden

 

- Recidief uitgelokte VTE:        1 jaar

- Recidief spontane VTE:         Onbepaalde tijd

Bij Rivaroxaban na 6 maanden over op een dosis van 10 mg, 1x d.d. te gaan (tenzij hoog risico op recidief). Dit geldt vooralsnog nog niet voor de andere DOAC's.