Behandeling atriumfibrilleren

Eerste keus: DOAC (bij non-valvulair atriumfibrilleren)

Voorkeur:  Rivaroxaban 1x20 mg d.d.

Bij klaring 15-50ml/min 15 mg 1x d.d.

Eventueel:  Dabigatran 150 mg, 2x d.d.

Bij >75 jaar, klaring 30-50 ml/min. of andere risicofactoren 110 mg 2x d.d. 

In combinatie met verapamil 110 mg, 2x d.d. Indien ook nog klaring 30-50 ml/min. 75 mg, 1x d.d.

Eventueel: Apixaban 2.5 mg, 2x d.d.

Bij klaring <30 ml/min, 2.5 mg  2x d.d.

Bij gewicht <60 kg en leeftijd >80 jaar ook aanpassen naar 2.5 mg, 2x d.d.

Eventueel: Edoxaban 60 mg, 1x d.d.

Bij klaring 15-50 ml/min. of gewicht <60 kg 30 mg, 1x d.d.

Indien Edoxaban in combinatie met sterke PgP remmers (b.v. ketoconazol, ciclosporine) wordt gegeven dan moet de dosis Edoxaban eventueel ook aangepast worden.

 

Tweede keus: Vitamine K antagonist (VKA)

Voorkeur:  Fenprocoumon(opstarten bijlage5),  al dan niet voorafgegaan door LMWH.

Eventueel:  Acenocoumarol(opstartschema bijlage5).

Afwegen CHADS-VASC score en HAS-BLED score(bijlage 1).