Trombosedienst

Uw arts heeft u tabletten voorgeschreven die de bloedstolling vertragen. Bij het gebruik van dit soort medicijnen is een regelmatige controle van uw bloed noodzakelijk. De Trombosedienst verzorgt deze controle. De komende tijd zult u daarom regelmatig contact hebben met de Trombosedienst. Uiteraard zal de bloedafnamemedewerker of medewerker van de Trombosedienst u het nodige vertellen.

De Trombosedienst

De Trombosedienst is gevestigd in ZorgSaam Ziekenhuis te Terneuzen, binnen het Klinisch Chemisch Laboratorium. De specialist of huisarts meldt u aan. Verder maken we met u een afspraak over de controle voor de bloedverdunning (= de mate van antistolling). U kunt zelf aangeven welke van de ± 30 bloedafname locaties voor u het beste uitkomt. Houd de Trombosedienst op de hoogte indien u bijvoorbeeld andere medicijnen krijgt voorgeschreven, moet stoppen met bepaalde medicatie, wordt opgenomen in het ziekenhuis of een tandarts bezoekt.

U wordt geprikt omdat de stollingsarts de mate van het antistollend effect in uw bloed wil weten. Aan de hand van de uitslag van de INR stelt de Trombosedienst vast hoeveel tabletten u moet innemen. Het resultaat van de INR is direct (vingerprik) of dezelfde dag  (armprik) bekend. De bloedafnamemedewerker vertelt of u ‘s middags eventueel telefoon kunt verwachten.

Gelieve op de dag van prikken telefonisch bereikbaar te zijn. Het kan zijn dat het aantal tabletjes dat u inneemt aangepast moet worden.

Als de uitslag van uw INR goed is, bellen we u niet. U mag dan de dosering van uw “oude” doseerschema verder gebruiken tot u van ons een nieuw ontvangt. Bij een aanzienlijke afwijking bellen wij u. We sturen u altijd een nieuw doseerschema toe.

Priklocaties

ZorgSaam beschikt over ongeveer 30 priklocaties, verspreid over Zeeuws-Vlaanderen. Voor INR (antistollingcontrole)  kunt u zich het beste laten prikken op de bloedafnamelocatie in uw woonplaats of  in de dichtstbijzijnde plaats. Wij verzoeken u vriendelijk uw patiënten-ID of afsprakenkaart mee te brengen. Als u dit niet heeft, wilt u dan de gegevens van uw ziektekostenverzekering en een geldig identiteitsbewijs meenemen en zo spoedig mogelijk een patiënten-ID/afsprakenkaart laten maken op een van de ziekenhuislocaties.

Klik hier voor een overzicht van de priklocaties.

Indien u op een andere priklocatie geprikt wilt worden dan vermeld staat op uw doseerbrief, neemt u dan even contact met ons op: Telefoonnummer 0115-688628, tussen 8:30 - 12:00 uur en 13:30 - 16:00 uur.

Achtergrondinformatie over trombose

Trombose wordt veroorzaakt door een bloedstolsel aan de binnenzijde van een bloedvat. Trombosevorming kan ontstaan door:

  • vernauwing van het bloedvat;
  • veranderingen in de bloedvatwand;
  • langzamere circulatie van het bloed, zoals bij langdurige bedrust (bijvoorbeeld na een operatie);
  • verandering in de samenstelling van het bloed.

Trombose kan in elke ader en slagader optreden. Ook in een arm of been. Omdat het bloed niet goed kan stromen, wordt het lichaamsdeel dik en pijnlijk. Er zijn speciale medicijnen die ervoor zorgen dat het bloed “dunner” gemaakt wordt, dus minder snel stolt. Deze medicijnen zijn niet helemaal zonder risico. Zeker als u er meer van slikt dan nodig is, wordt het bloed veel te “dun” en kunnen er te gemakkelijk bloedingen ontstaan. Het is de taak van de Trombosedienst u hiertegen te beschermen. Dus ervoor te zorgen dat het antistollend effect in uw bloed niet te groot (kans op bloedingen), maar ook niet te klein is (kans op trombose). Voorwaarde is wel dat u de adviezen van de Trombosedienst nauwkeurig opvolgt.

Tromboserisico

Tijdelijk

Bij diep veneuze trombose (eerste keer) of bij longembolie (eerste keer) is het tromboserisico van tijdelijke aard. Dat wil zeggen 3-6 maanden na starten van de antistolling is het risico weg en kan de antistolling stoppen.

De eerste we(e)k(en) wordt het tromboserisico gereduceerd door heparine-injecties (LMWH, Laag Moleculair Gewicht Heparine, 1 á 2 x daags). In deze periode stellen we de juiste dosering antistolling in.

Langdurig

Bijna alle cardiologische indicaties voor antistolling zijn langdurig (jaren). Soms is het mogelijk te veranderen van antistollingsmedicijn, waarbij controle door de Trombosedienst niet noodzakelijk is. Voorbeelden van dat soort medicijnen: ascal, aspirine.

Bij langdurige antistollingsmedicatie wordt een chronisch tromboserisico onderdrukt. Het is mogelijk deze langdurige antistolling in verband met een operatie voor bijvoorbeeld tijdelijk te stoppen. Op dat moment neemt u een heel klein risico op trombose om het veel grotere risico op een bloeding tijdens de operatie te onderdrukken. Indien nodig zal tijdens deze periode LMWH (heparine) gegeven worden (spuitjes).

Antistollingtabletten

Deze tabletten zorgen ervoor dat het bloed minder stolbaar wordt gemaakt. In de volksmond worden deze tabletten “bloedverdunners” genoemd. De bekendste tabletten zijn: Fenprocoumon of Acenocoumarol. Antistollingstabletten moet u volgens het toegestuurde doseerschema innemen. U neemt deze ‘s avonds bij het eten in. Bij voorkeur altijd op hetzelfde tijdstip.

De bloedcontrole gebeurt tussen 8.00-12.00 uur (zie openingstijden). ’s Middags controleren is niet optimaal.  Na 14.00 uur is er uitsluitend nog controle INR mogelijk in opdracht van een arts. Tussen 12.00-14.00 uur in overleg met de Trombosedienst. 

Vitamine K speelt een belangrijke rol bij het activeren van stollingsfactoren. Orale antistolling blokkeert de werking van vitamine K.

Antistollingtest (INR)

Op het laboratorium van de Trombosedienst of decentraal op de bloedafnamelocatie voeren we een stollingtest (PT-INR) op het bloed uit. Het resultaat van deze test wordt uitgedrukt in “International Normalized Ratio” (INR).

  • INR lager dan 2.0 ; het bloed wordt te weinig ontstold: “bloed is te dik”, dosering moet omhoog.
  • INR = 2.0 - 4.0 ; goede ontstolling.
  • INR hoger dan 4.0 ; het bloed wordt te veel ontstold: “bloed is te dun”, dosering moet omlaag.

Het resultaat van de antistollingtest vergelijken we met de therapeutische range van de INR. Deze therapeutische range is een vaste waarde en behoort bij uw medische indicatie. De arts van de Trombosedienst zal samen met u trachten de meetwaarde INR binnen de therapeutische range INR te krijgen. NB: Als het bloed niet goed is ingesteld moet u vaker bij de Trombosedienst langskomen voor bloedcontrole. Dit is meestal van tijdelijke aard en niet verontrustend.

Houdt u zich zoveel mogelijk aan de in de doseerbrief vermelde prikdatum en tijd. Als u door omstandigheden niet op de prikdatum kunt komen, wilt u dan zo snel mogelijk een andere afspraak maken met de Trombosedienst,  tel. 0115-688628, tussen 8.30-12.00 uur en 13.30-16.00 uur.

Als één van de priklocaties dichter bij uw huis is, kunt u desgewenst daar geprikt worden. U moet dit wel doorgeven aan de Trombosedienst.

Wilt u na ontvangst van de nieuwe doseerbrief de oude vernietigen.

Bloedafname

De bloedafname en de meting kan op twee verschillende wijzen gebeuren:

  • Capillair (vingerprik). De INR kan gemeten worden in één druppel bloed uit de vinger. Hiervoor zijn stollingmeters in de handel. Na het opbrengen van de bloeddruppel is de INR in één minuut bekend. De patiënt weet direct of de dosering nog in orde is. Deze methode is op alle priklocaties beschikbaar.
  • Veneus (armprik). De bloedafnamemedewerker neemt met een naald en een buis enkele milliliters bloed af uit de arm. In het centrale laboratorium in Terneuzen wordt de INR gemeten en de INR is binnen twee uur bekend.

Adviezen

Let erop dat u uw tabletten altijd inneemt volgens de aanwijzingen op uw doseerschema. Zorg dat u deze kaart altijd bij u draagt. Zeker bij de controle. Na de controle moet u de kaart nog vier dagen bewaren tot u een nieuwe ontvangen hebt. Als u 2 dagen na de controle nog geen doseerschema hebt ontvangen, neemt u dan direct contact op.

Heeft u uw tabletten een keer vergeten:

  • U merkt dat ‘s avonds laat: dan kunt u alsnog de tabletten innemen (met water + een boterham eten);
  • U merkt dat de volgende dag: dan contact opnemen met de Trombosedienst.

Indien u de tablet vergeten bent één dag voor de controle, dan moet u bellen met de Trombosedienst en een nieuwe afspraak maken. De controle is dan namelijk zinloos.

Houd u aan de controleafspraken van de Trombosedienst. Bent u verhinderd, neem dan ruim van tevoren contact op: 0115 – 688628

Wordt u ziek (griep, koorts, diarree), laat dit dan weten aan de Trombosedienst. Het kan betekenen dat u eerder gecontroleerd moet worden. Sommige medicijnen (antibiotica) beïnvloeden de antistolling. De INR-controle zal dan tijdelijk frequenter gebeuren.

Ingrepen

Als u tijdens de periode dat u antistollingmiddelen gebruikt door een (tand)arts behandeld moet worden in verband met een (chirurgische) ingreep, vertel dan altijd dat u onder behandeling bent van de Trombosedienst. We stoppen dan misschien tijdelijk met uw antistollingbehandeling in verband met deze ingreep en starten daarna weer opnieuw. De antistolling wordt, indien nodig, een aantal dagen voor de behandeling gestopt om onnodige bloedingen te voorkomen. Communiceer dit goed met uw trombosedienst. Bij gebruik van fenprocoumon controleren we voor de ingreep het bloed nogmaals.

Mogelijk is vitamine K nodig om de INR op tijd op het juiste niveau te krijgen om de ingreep door te kunnen laten gaan. Meestal regelt de Trombosedienst het opstarten na een tijdelijke stop. In het begin zal de controlefrequentie van de antistolling groter zijn dan u gewend bent. 

Neem voor u weer opstart contact op met de Trombosedienst of laat na ziekenhuisopname de afdeling van het ziekenhuis dit bij ontslag uit het ziekenhuis regelen!

Als u onverwacht in het ziekenhuis moet worden opgenomen, licht dan de artsen en verpleegkundigen in. Vertel dat u onder controle bent bij de Trombosedienst. Indien u ruim van tevoren weet dat u in het ziekenhuis moet worden opgenomen, laat dit de Trombosedienst dan tijdig weten.

Sport

Trombose en de behandeling met antistollingsmiddelen staan sport niet in de weg, maar vermijd blessuregevoelige sporten. 

Andere medicatie en drogisterij medicatie (bv. Vitamine preparaten)

Indien u start met andere medicijnen of wanneer u stopt met een medicijn, meldt dit dan aan de Trombosedienst.

Vakantie

Heeft u vakantieplannen? Geef het door aan de Trombosedienst. De stollingsarts kan dan bij het doseren rekening houden met uw afwezigheid. U kunt, indien nodig, van de Trombosedienst een vakantiebrief meekrijgen. Hierin staat in de juiste taal (o.a. Nederlands, Engels, Frans, Spaans) dat u onder behandeling bent bij de Trombosedienst en gecontroleerd moet worden. De INR-uitslag kan gemaild of gefaxt worden naar de Trombosedienst die dan de dosering regelt.

Persoonsgegevens

Indien u wijzigingen in uw adres, telefoonnummer, ziektekostenverzekering en huisarts doorgeeft aan de Trombosedienst vragen we u om dan meteen ook een nieuwe patiënten-ID/afsprakenkaart te laten maken op een van de ZorgSaam ziekenhuis locaties. Dit is telefonisch mogelijk.

Zwangerschap

Bij een kinderwens of bij zwangerschap moet u contact opnemen met uw huisarts. De eerste 16 weken en de laatste 4 weken mag u geen orale antistolling gebruiken.

Bloedingen

Mochten zich bij u neusbloedingen, grote blauwe plekken, tandvleesbloedingen, bloed ophoesten of bloed braken, rode of zeer donkere urine, bloed bij ontlasting of zwarte ontlasting voordoen, dan moet u uw huisarts en de Trombosedienst waarschuwen en voor een INR controle naar het laboratorium komen.

Doseerschema

Van de Trombosedienst ontvangt u een doseerschema. Dit doseerschema kan via de scheurrandjes geopend worden. Het middelste gedeelte is uw doseerschema, met direct boven dit schema uw volgende controledatum. Het onderste gedeelte van deze brief geeft u de mogelijkheid mededelingen voor de Trombosedienst te noteren. Het is de bedoeling dit gedeelte thuis reeds  in te vullen wanneer u weer voor uw INR controle op  de prikpost verwacht wordt.  Kijkt u a.u.b. kritisch naar hetgeen gevraagd wordt. De gevraagde items zijn van belang om uw nieuwe juiste dosering te kunnen maken. Verder is het altijd beter deze belangrijke info al direct te melden aan uw trombosedienst. De doseerbrief altijd in zijn geheel meebrengen bij uw volgende controle bezoek. Het onderste gedeelte houden we bij de bloedafname in.

Alcohol en dieet

De lever produceert stollingseiwitten. Alles wat de lever beïnvloedt, beïnvloedt daarom de stolling. Dit geldt ook voor alcoholgebruik. Een gezonde lever kan een stootje hebben. Een gematigde alcoholinname (1-2 consumpties per dag) mag bij antistollingsbehandeling. Wanneer de lever ziek is, heeft alcohol een grotere invloed. U moet uw alcoholgebruik dan sterk beperken of stoppen. Patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken, moeten oppassen met verwondingen. Bij dronkenschap is de kans op ongelukken en het verkeerd gebruik van medicijnen groter. Excessief alcoholgebruik of alcoholisme brengt de lever in ernstige problemen. Bovendien eet een stevige drinker vaak minder, waardoor het lichaam minder vitamine-K opneemt, met als gevolg een stijgende INR. Eet gevarieerd en in geval u op een (vetvrij) dieet gaat, meldt u dit dan aan de Trombosedienst.

Privacy

In verband met uw behandeling met antistollingstabletten leggen we bij de Trombosedienst Zeeuws-Vlaanderen medische en administratieve gegevens over u vast. De Trombosedienst houdt een archief bij van alle patiënten. Alleen de artsen die u behandelen en de Trombosedienstmedewerkers die bij uw behandeling betrokken zijn, mogen uw gegevens inzien. Zij hebben tegenover anderen een geheimhoudingsplicht.

Meest gestelde vragen en antwoorden

Moet ik de Trombosedienst op de hoogte brengen wanneer er wijzigingen zijn in mijn medicijngebruik?

Ja: De Trombosedienst meteen inlichten, want de medicatie kan invloed hebben op de INR. Sommige medicijnen werken verhogend, anderen verlagend op de INR.

Moet ik de Trombosedienst inlichten wanneer er tanden of kiezen getrokken moeten worden?

Ja: Overleg altijd eerst met de Trombosedienst hoelang u vooraf de antistollingsmedicijnen moet stoppen en licht altijd de tandarts in dat u onder behandeling bent bij de Trombosedienst.

Moet ik de Trombosedienst inlichten wanneer ik er nog een andere ziekte bij krijg?

Ja: Sommige ziekten kunnen invloed hebben op de antistollingsbehandeling of instelling van de INR. Meld ook wanneer u griep, koorts of diarree heeft.

Moet ik de Trombosedienst inlichten wanneer ik een medische ingreep moet ondergaan?

Ja: In overleg met de Trombosedienst zult u tijdelijk met de antistollingsmedicijnen moeten stoppen of overgaan op andere.

Moet ik de Trombosedienst inlichten wanneer zich een bloeding voordoet of wanneer ik vermoed dat ik bloed in de ontlasting heb?

Ja: U moet dan uw huisarts én de Trombosedienst inlichten. U zult voor een eerdere INR-controle naar het laboratorium moeten komen.

Zelf meten van uw INR waarde

Sinds 2002 bestaat de mogelijkheid om zelf uw INR te meten, door middel van een vingerprik en met behulp van een apparaatje (de coaguchek). Het voordeel hiervan  is dat u niet meer naar trombosedienst prikpost hoeft te gaan. U komt dan nog slechts tweemaal per jaar langs bij de trombosedienst voor een controlebezoek. Tijdens dit bezoek kijken we of de meter accuraat werkt, u uw vingerprik goed uitvoert en of uw benodigdheden moeten worden aangevuld. Uiteraard kunt u ook vragen stellen. U hebt zodoende geen beperkingen meer tijdens bijvoorbeeld uw vakantie. U neemt gewoon het apparaatje mee. Wanneer u start met zelfmeten krijgt u na 3 maanden een certificaat nadat beoordeeld is of u de werkwijze onder de knie heeft.

Doseren

U kunt een (vervolg)cursus volgen om uw betrokkenheid met uw antistollingsbehandeling verder uit te breiden. Daarmee bepaalt u zelf het aantal tabletjes (uw doseerschema). Na een vastgestelde begeleidingsperiode ontvangt u een certificaat doseren.

Zijn er kosten aan verbonden

De zorgverzekeraar zal in principe het zelfmeten vergoeden, echter u moet rekening houden met het feit dat u wel eerst uw eigen risico gaat verbruiken.

Wie komen ervoor in aanmerking

Iedereen die een ‘levenslange’ indicatie heeft komt voor zelfmeten in aanmerking. Internet (een e-mailadres) is hiervoor een vereiste.

Informatie

Voor meer informatie, vragen of klachten kunt u tijdens kantooruren bellen met de Trombosedienst tel: 0115 - 688628. 

De afdeling zelfmeten is te bereiken op 0115 - 688645. U kunt de Trombosedienst ook per mail bereiken: trombosedienst@zzv.nl.

Buiten kantooruren kunt u in dringende gevallen bellen met de trombosedienst (0115-688628) of de huisartsenpost (0115 - 643000).

Klachten

Heeft u klachten dan kunt u schrijven naar de Trombosedienst Zeeuws-Vlaanderen, t.a.v. dr. H.J.L.M. Ulenkate (klinisch chemicus), of de heer P. Deij, (operationeel leidinggevende Trombosedienst), Wielingenlaan 2, 4535 PA, Terneuzen.   

 

Het Klinisch Chemisch Laboratorium is geaccrediteerd door RvA sinds juni 2017. De Trombosedienst is geaccrediteerd door RvA/FNT sinds juni 2017. ZorgSaam Ziekenhuis is geaccrediteerd door het Qualicor Europe (voorheen NIAZ) sinds oktober 2008.

 

Oktober 2020