Maagband (gastric banding)

De techniek van het maagbandje (adjustable gastric banding) biedt de volgende voordelen.

  • Kan bijna altijd met een kijkoperatie (laparoscopie) geplaatst worden, met een snel herstel en kleine littekens tot gevolg.
  • Het bandje wordt rond het bovenste deel van de maag geplaatst. De maag zelf blijft intact. Hierdoor is de ingreep omkeerbaar.
  • Het bandje kan door opspuiten aangepast worden aan de individuele behoeften van elke patiënt.

Van groot belang is discipline en wilskracht van de patiënt. Na het plaatsen van een bandje is een levenslange aanpassing van de leef- en voedingsgewoontes noodzakelijk. Zo niet, dan zult u niet vermageren.

Het bandje wordt geplaatst met het doel om af te vallen. Hierdoor verminderen de risico’s op o.a. diabetes, hart- en vaatafwijkingen. Het bandje kan NIET gezien worden als een gemakkelijke oplossing.

Wanneer komt u voor een maagband in aanmerking?

  • Uw leeftijd ligt tussen 18 en 60 jaar.
  • Meestal wordt de Body Mass Index (BMI, gewicht gedeeld door kwadraat van de lengte) gehanteerd als maat voor overgewicht.
    • Een  BMI van méér dan 40 staat gelijk met ziekelijk overgewicht en vormt steeds een indicatie voor operatie.
    • Bij een BMI tussen 35 en 40 kan er ook een indicatie zijn voor operatie. Voorwaarde hierbij is dat er 2 bijkomende ziekteverschijnselen zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om hoge bloeddruk, suikerziekte, gewrichtsproblemen en dergelijke.
  • Het maagbandje verkleint uw maagvolume en werkt dus goed voor mensen die grote hoeveelheden in één maaltijd eten (de zogenaamde volume-eters). Vloeistoffen en snoepgoed, die zeer veel calorieën bevatten in een klein volume, worden niet door het bandje belemmerd. Daarom kunnen de resultaten van deze ingreep slechter zijn bij snoepers en drinkers van frisdrank en alcohol.
  • U heeft dieetpogingen gedaan onder professionele begeleiding. Deze hebben geen blijvend resultaat gegeven en zijn ten minste zes maanden uitgeprobeerd.

U komt niet voor deze ingreep in aanmerking:

  • Als u jonger bent dan 18 of ouder dan 60 jaar.
  • Bij een BMI onder 35.
  • Als er sprake is van een psychiatrische aandoening.
  • Bij een bestaande eetstoornis.
  • Bij ernstige  hart-, vaat- of longaandoening, waardoor het risico bij narcose te hoog is
  • In geval van zwangerschap.
  • Bij alcoholisme
  • Patiënten die niet de nodige levens- en voedingsaanpassingen willen of kunnen doorvoeren ná de operatie.
  • Mensen die vooral veel zoete voedingsmiddelen eten of suikerhoudende frisdranken of alcohol drinken.

Vóór de operatie

Als uw huisarts of specialist u doorverwijst naar het Bariatrisch centrum ZorgSaam zijn er twee mogelijkheden.

  1. U kiest voor screening door een internist bij ZorgSaam. Uw verwijzer kan de verwijzing faxen naar 0115-688 084. U krijgt dan een uitnodiging thuis voor een afspraak met onderzoeken bij een internist. Als de internist akkoord is met de operatie, krijgt u vervolgafspraken. Deze internist neemt de interne controles na de operatie ook voor zijn of haar rekening.
  2. U kiest voor screening door een internist van het ADRZ (dr. Boomgaard). De arts die u verwijst zet de digitale verwijsbrief in “zorgportaal”. U krijgt dan een uitnodiging thuis voor een afspraak met onderzoeken bij een internist. Als de internist akkoord is met de operatie, krijgt u vervolgafspraken. Dr. Boomgaard kan de interne controles na de operatie ook voor haar rekening nemen.

De internist

De internist onderzoekt of u fit genoeg bent om een operatie te ondergaan. Hij of zij doet onderzoek naar lichamelijke oorzaken voor uw overgewicht. De internist verricht standaard een aantal onderzoeken:

  • Bloedonderzoek
  • Lichamelijk onderzoek
  • ECG (hartfilmpje)
  • Eventueel een onderzoek van maag of van ontlasting
  • Indien nodig kan nog bijkomend onderzoek worden aangevraagd (door bijvoorbeeld cardioloog of longarts)

De psycholoog

U krijgt ook een afspraak bij een psycholoog. Deze kijkt naar uw psychische stabiliteit. Verder kijkt zij of een eetstoornis kan worden uitgesloten. Deze afspraken vinden plaats aan de achterzijde van Ziekenhuislocatie De Honte in de Vlietstraat 12, 4535 HA Terneuzen. Telefoon: 0115 68 36 00. Fax: 0115 68 36 55.

De diëtist

De diëtist kijkt vóór de operatie samen met u naar uw voedingspatroon. Tevens geeft de diëtist de nodige adviezen voor aanpassingen van uw voedingspatroon, die u na de operatie moet doorvoeren. Na de operatie komt u nog enkele malen bij de diëtist voor controle en advies. Ook geeft zij u advies over het gebruik van multivitaminen na de operatie.

De verpleegkundig specialist

De verpleegkundig specialist neemt nog enige vragen met u door en geeft u de verdere informatie over de ingreep, mogelijke complicaties en nazorg. complicaties en nazorg. Ná de operatie voert de verpleegkundig specialist controles uit op het spreekuur, afgewisseld met de chirurg.

De chirurg

De chirurg neemt met u uw gegevens door, bespreekt met u de toestemming voor de ingreep en geeft u een recept mee van spuitjes voor bloedverdunning waarmee u de avond vóór de operatie thuis moet beginnen. De chirurg plaats u op de wachtlijst voor opname. Na de operatie voert de chirurg controles uit op het spreekuur, afgewisseld met de verpleegkundig specialist.

Pre operatief spreekuur (POS)

Tijdens het POS (=pre operatieve spreekuur) geeft de anesthesist u uitleg over de narcose. Hij of zij kijkt of er nog extra maatregelen of onderzoeken nodig zijn in verband met uw operatie. Een apothekersassistente kijkt of het nodig is uw medicatie aan te passen rond de operatie. Als de anesthesist ook akkoord is met de operatie, wordt met u over de operatiedatum gesproken door de opname verpleegkundige.

Fysiotherapeut

Gekoppeld aan de afspraak op het POS krijgt u ook een afspraak bij de fysiotherapeut. Voor de operatie doet de fysiotherapeut een test. Ook leert de fysiotherapeut u ademhalingsoefeningen aan die u zoveel mogelijk na de operatie moet uitvoeren. Hiermee verkleint u uw kans op longproblemen na de operatie. Tijdens de opname komt de fysiotherapeut bij u langs op de afdeling voor begeleiding. Na ontslag krijgt u nog twee controles bij de fysiotherapeut. Tijdens deze controles wordt gelet op de opbouw van conditie en veranderingen in percentage van vetmassa en spiermassa.

Opname

U wordt ongeveer een week vóór de ingreep telefonisch opgeroepen door een opnameverpleegkundige. Doorgaans wordt u de ochtend van de ingreep opgenomen.

Op gewicht blijven

Wij verwachten dat uw gewicht, in afwachting van de ingreep, niet toeneemt! Gewichtstoename betekent verdere verhoging van risico op complicaties rond de ingreep. Als u erin slaagt om voor de ingreep af te vallen, dan kunt u zelf dit risico verminderen.

Trombosepreventie

Trombose wordt veroorzaakt door de vorming van een bloedklonter in een ader.

Om de kans  zo klein mogelijk te houden dat u trombose krijgt, volgen we de volgende regels:

  • Vrouwen die de pil slikken moeten ruim voor de ingreep stoppen met de pil.
  • De avond vóór de ingreep moet u om 20.00 uur fraxiparine spuiten. Dit is een bloedverdunner die er voor zorgt dat u minder kans hebt op het ontwikkelen van trombose tijdens of na de operatie.
  • Bij opname krijgt u op de afdeling strakke therapeutische kousen aan om trombose te voorkomen. U houdt deze kousen aan tot u naar huis gaat.
  • Vanaf de avond vóór de operatie tot 7 dagen ná ontslag spuit u elke dag fraxiparine.

De ingreep

De ingreep duurt gemiddeld 1 uur. De ingreep gebeurt via een kijkoperatie met 5 kleine insneden ter hoogte van de bovenbuik.

Eén insnede is iets groter omdat hierlangs het kamertje (reservoir) wordt ingeplant. Dit is het aanprikpunt waarmee uw maagband kan worden opgevuld of leeggemaakt.  

Maagband - het reservoir

Het bandje bestaat uit een silicone band die net onder de slokdarm/maagovergang rond de maag wordt aangebracht. Hierdoor wordt een klein maagje gemaakt boven de band.

De maag zelf wordt niet ingesneden of geniet.

Wanneer het kleine bovenste maagje gevuld wordt met voedsel, treedt er spanning op in de wand van dat deel van de maag. Dit geeft een volheids- en/of verzadigingsgevoel. Het is belangrijk om bij ervaring van dit vol of verzadigd gevoel, ook daadwerkelijk te stoppen met eten!

Aan de binnenzijde van de band bevindt zich een opblaasbare ballon. Deze ballon is verbonden met een metalen kamertje door middel van een slangetje.

Het kamertje kan via de huid met een naald worden aangeprikt. Door het inspuiten van vloeistof vult de ballon en vernauwt zo de doorgang van de kleine maag naar de rest van de maag. Zo duurt het langer voordat het voedsel vanuit de kleine maag naar de rest van de maag gaat.

Maagband - afb. 2

Na de ingreep

Bij het ontwaken heeft u een infuus in de arm. Dit blijft zitten totdat u naar huis mag. Kort na de ingreep start u met drinken. Als u dit goed verdraagt, kunt u met yoghurt en gemalen of gepureerde voeding beginnen. Dagelijks krijgt u een spuitje fraxiparine onderhuids toegediend om trombose te voorkomen. Om uw herstel te bevorderen is het van belang dat u na de operatie zo snel mogelijk weer uit bed te komt.

Ontslag

De dag ná de operatie mag u naar huis. De band is nog leeg op het moment van ontslag.

Wanneer u naar huis gaat krijgt u uw afspraak mee voor de eerste poliklinische controle, een maand na ontslag. De eerste 7 dagen na ontslag spuit u zelf nog dagelijks fraxiparine om trombose te voorkomen.

Wanneer u naar huis mag, maar geen direct vervoer heeft, kunt u in de huiskamer van de afdeling wachten tot u wordt opgehaald.

U kunt met de wondjes onder de douche. Pleisters zijn onnodig bij een niet lekkende wond. De wondjes zijn beschermd door een “film” die op de wond wordt verneveld. Wel moet u drie weken wachten voordat u een bad neemt of gaat zwemmen.

Tijdens de eerste vier weken na de ingreep mag u geen zwaar tilwerk verrichten, ook (kracht)sporten worden de eerste maand afgeraden. Onmiddellijk na de ingreep mag u wel starten met wandelen.

Nazorg

Na een jaar wordt uw bloed gecontroleerd door de chirurg of verpleegkundig specialist om te controleren of u geen tekorten krijgt. Wanneer tijdens een controle blijkt dat u weinig gevarieerd kunt eten of een periode van veel braken heeft doorgemaakt, kan ook uw bloed gecontroleerd worden door de chirurg of verpleegkundig specialist  Zo nodig krijgt u een advies om uw voeding aan te vullen met een voedingssupplement.

In elk geval raden we u aan om dagelijks een multivitamine preparaat te gebruiken.

Na vier weken komt u voor de eerste postoperatieve controle op het spreekuur. Op een gepast moment kan de band opgespoten worden door de radioloog. Dit gebeurt meestal twee tot drie maal per jaar. Het is niet aangewezen dit preventief te doen maar enkel indien er geen effect (meer) is en/of onvoldoende gewichtsdaling. Dit bijspuiten gebeurt dus niet op schema maar wordt volgens elk individueel verloop bepaald. In ieder geval dient er minstens zes tot acht weken tussen opeenvolgende inspuitingen te zitten. De chirurg of verpleegkundig specialist bepaalt het moment van bijspuiten.

Bewegen

Om een goed resultaat te behalen adviseren wij om elke dag ten minste 30 minuten te bewegen, bovenop uw normale dagelijkse beweging. Daarnaast zou u tweemaal per week één uur intensiever moeten bewegen voor het beste resultaat.

Risico’s

Aan elke operatie zijn risico’s verbonden, dus ook aan deze operatie. Het sterftecijfer bij deze ingreep ligt, wereldwijd gemeten, op ongeveer 1/350. Dit cijfer wordt vooral hoger door mensen met een verhoogd risico. Deze mensen verwijzen wij door naar UZ Gent. Om die reden ligt het sterftecijfer bij ons aanzienlijk lager.

Mogelijke complicaties binnen 30 dagen na de operatie

  • Bloeding of perforatie van een orgaan, waardoor omschakelen naar een open ingreep noodzakelijk wordt.
  • Longproblemen.
  • Klontervorming in de aderen van de benen (trombose).
  • Bloedklonter in de long (embolie) als gevolg van trombose.
  • Klaplong (pneumothorax).
  • Infectie.    

Mogelijke complicaties langer dan 30 dagen na de operatie

  • Lekken van de katheter of de band.
  • Lekken of kantelen van het kamertje.
  • Verplaatsen (slippen) van de maag doorheen het bandje.
  • Laattijdige infectie van het bandje.
  • Braken.
  • Slokdarmontsteking.
  • Uitzetting van de slokdarm.
  • Uitzetting van het kleine maagje boven de band.
  • Groei van de band in of doorheen de maag (erosie).
  • Beschadiging van sluitspier tussen slokdarm en maag.
  • Niet meer verdragen van vaste voeding.

Resultaat

Meestal wordt in de vier weken volgend op de operatie tussen 0 en 10 kg verloren. Verdere gewichtsdaling verloopt dan geleidelijk (ongeveer  2-3 kg per maand). Na een jaar is er doorgaans een gemiddeld gewichtsverlies van 20 tot 25 kg. Nadien gaat het vermageren trager, maar het houdt gemiddeld 12 tot 18 maanden aan. Uiteindelijk stabiliseert het gewicht.

Bij 5 tot 15% van de patiënten wordt niet het gewenste gewichtsverlies bereikt. De oorzaak hiervoor is meestal onvoldoende opvolgen van de voedingsadviezen en/of onvoldoende beweging. Bij langdurig te snel en te veel eten kan het kleine maagje en de slokdarm boven de band uitzetten en na verloop van tijd kan het zo veel voedsel bevatten, dat de werking van het bandje teniet gedaan wordt.

Het kan ook zijn dat de patiënt zijn voedingspatroon slecht heeft aangepast. Hij of zij is bijvoorbeeld overgegaan op het innemen van vloeibaar voedsel met veel calorieën. Dit glijdt door de band en heeft geen vullend effect. Daarom remt de band dit soort voedsel niet af.

Als u zich houdt aan de voorgeschreven adviezen over voeding en beweging én regelmatig op controle komt, wordt vrijwel altijd een bevredigende gewichtsdaling behaald.

In sommige gevallen kan geen verklaring worden gevonden voor uitblijvend gewichtsverlies.

Het is aanbevolen het bandje zo zuinig mogelijk op te spuiten (enkel indien absoluut noodzakelijk). Eenmaal als u op gewicht bent, wordt de band ongeveer tot op de helft leeg gelaten. Dit om jojo-effect tegen te gaan en om de slokdarm te ontlasten op lange termijn.

Omzetting van maagband naar gastric bypass

Wanneer er op een bepaald moment reden is om de maagband om te zetten naar een gastric bypass, zien we doorgaans een minder groot gewichtsverlies na de gastric bypass. Ook is de kans op complicaties bij een operatie voor gastric bypass groter ná de maagband.

Aanpassen van de maagband

Bij het losser of strakker zetten van de maagband wordt altijd een slikfoto gemaakt. Ook wanneer er twijfel is of de band nog goed zit, kan een slikfoto worden gemaakt. Dit gebeurt altijd op de röntgenafdeling.

Het röntgenonderzoek wordt uitgevoerd onder supervisie van een gespecialiseerde arts, de radioloog. Deze wordt bijgestaan door verschillende medewerkers, de radiodiagnostisch laboranten. Deze laboranten voeren in de praktijk een groot deel van het onderzoek uit. De radioloog beoordeelt de foto’s die bij u gemaakt worden en stuurt de bevindingen door aan de behandelend arts.

Zijn röntgenstralen schadelijk?

Het kan schadelijk zijn om te veel aan röntgenstralen te worden blootgesteld. Bij het onderzoek beperken we daarom het gebruik van röntgenstralen zoveel mogelijk.

Het opspuiten of lossen van de maagband

Voorbereidingen thuis: 

Voor dit onderzoek moet u 4 uur voor aanvang van het onderzoek nuchter blijven. U mag dus 4 uur voor het onderzoek niets meer eten, drinken of roken.

Kleding:

Bij dit onderzoek is het nodig om het bovenlichaam te ontbloten. Het kan zijn dat u sieraden moet afdoen of kledingstukken met metalen onderdelen (ritsen, haakjes, knopen) moet uitdoen als deze in het te onderzoeken gebied vallen. We zullen u vragen om deze in een kleedkamertje achter te laten.

Hoe gebeurt het onderzoek:

Tijdens het onderzoek staat u verticaal op een onderzoekstafel. Allereerst controleert de radioloog de doorgankelijkheid van de slokdarm. De radioloog/laborant laat u een slok bariumpap drinken en kijkt, onder doorlichting, hoe deze naar de maag loopt. Vervolgens wordt de huid ontsmet op de plaats waar geprikt wordt. De radioloog/laborant prikt de poort van de maagband aan en zal onder doorlichting het nodige volume aanpassen. Hierna neemt u weer een slok bariumpap, zodat de radioloog/laborant kan controleren of de doorgankelijkheid van de maagband goed is. Nadien wordt de prikplaats opnieuw ontsmet en afgeplakt met een pleister.

Na het onderzoek:

Indien nodig adviseert de laborant u om iets te eten, alvorens naar huis te gaan. De eerste 24 uur na het opspuiten mag u geen grote hoeveelheden vast voedsel eten. Daarna volgt u weer uw normale dieet. De wand van de slokdarm reageert op het opspuiten van het maagbandje waardoor de doorgankelijkheid kleiner wordt en u problemen kunt krijgen bij het eten van voedsel. Dit normaliseert zich na enkele dagen. Als u echter geen vast voedsel kunt verdragen, moet u contact opnemen met de verpleegkundig specialist (bariatrie@zzv.nl of 0115 - 677404)

Ontlasting:

Meestal is 1 of 2 dagen na het onderzoek, uw ontlasting wit gekleurd door de bariumpap die u heeft gedronken. Hierover hoeft u zich geen zorgen te maken. Om te voorkomen dat u last krijgt van verstopping, is het goed om extra te drinken na het onderzoek.

De uitslag

De radioloog beoordeelt de foto’s na afloop van het onderzoek en geeft de bevindingen door aan uw behandelend arts. Bij bijzonderheden stelt deze u op de hoogte van de resultaten.

Zwangerschap

Tijdens zwangerschap kan dit onderzoek schadelijk zijn voor uw ongeboren kind. Als u zwanger bent of denkt het te zijn, neemt u dan even contact met ons op voor nader overleg. De aanprikplaats zal zo nodig met behulp van echografie bepaald worden.

Voorbehoud

De informatie over het röntgenonderzoek is van algemene aard. Dat wil zeggen dat het onderzoek is beschreven zoals dit meestal verloopt. Het kan zijn dat de radioloog een andere manier van onderzoeken kiest, die beter aansluit bij uw situatie. Het is niet mogelijk om in deze folder alle varianten te beschrijven. Ook risico’s zijn in algemene zin aangegeven.

Verdere informatie over het röntgenonderzoek

Mochten er onduidelijkheden zijn of heeft u nog vragen, belt u dan de afdeling radiologie waar het onderzoek plaatsvindt. Ook als u een afspraak niet kunt nakomen, verzoeken wij u zo snel mogelijk contact op te nemen met de afdeling:

  • Locatie de Honte (Terneuzen) 0115 – 688433
  • Locatie Antonius (Oostburg) 0115 – 459233

Vragen

Wanneer u tussendoor vragen heeft of zich zorgen maakt, kunt u altijd contact opnemen met de verpleegkundig specialist via email op Bariatrie@zzv.nl of op telefoonnummer: 0115-677404.