CT-scan

Een CT-scan is een diagnostische procedure, waarmee met behulp van röntgenstralen een beeld van een dwarsdoorsnede van de patiënt kan worden gemaakt. De CT-scan bestaat uit een röntgenbuis, die ronddraait in een grote ring, en een onderzoekstafel. Met de CT-scan kunnen voornamelijk organen, bloedvaten, wekedelen en botten in beeld worden gebracht.

Voorbereiding

Voor een CT-scan met jodiumhoudend contrast is speciale voorbereiding nodig. Controleer uw afspraakbevestiging welke voorbereidingen er voor uw CT-scan nodig zijn.

LET OP!        

  • Kleding: Trek op de dag van het onderzoek makkelijk zittende kleding aan, waar geen metaal aan zit (ritssluitingen, beugel van de beha etc). Wij adviseren de dag van het onderzoek geen sieraden te dragen.
  • Bent u zwanger of zou u dit kunnen zijn? Röntgenstraling kan schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Bent u zwanger of zou u dit kunnen zijn? Bespreek dan met uw behandelend arts of het onderzoek kan worden uitgesteld. Daarnaast meldt u dit óók altijd aan de laborante, voorafgaand aan het onderzoek.
  • Gebruikt u medicijnen? U kunt deze, zoals gewoonlijk, innemen met een klein beetje water.
  • Heeft u diabetes? Dan kan het zijn, dat u speciale maatregelen moet nemen. Neem hiervoor contact op met uw behandelende arts.
  • Zijn er bijwerkingen of risico’s? Bij dit onderzoek wordt gebruikt gemaakt van röntgenstraling. Door de moderne technieken, die in ons ziekenhuis worden toegepast, is het risico van de röntgenstraling minimaal. De ingespoten contrastvloeistof kan een warm gevoel in hoofd, keel en onderbuik veroorzaken. Dit trekt na enkele seconden tot een minuut weer weg.
  • Informatie over sommige radiologieonderzoeken voor kinderen vindt u op de website: www.zeehondsam.nl  
  • Als u niet op uw afspraak kunt komen, vragen wij u dit zo snel mogelijk (bij voorkeur minimaal 48 uur van tevoren) te melden bij de afdeling Radiologie, telefoonnummer: 0115- 688433. Als u op tijd afbelt, kan een andere patiënt in uw plaats worden geholpen. Op deze manier houden we de wachttijden zo kort mogelijk.

Melden

De Röntgenafdeling in Terneuzen vindt u als u route 65 volgt, in Oostburg volgt u route 75.

We verzoeken u 10 minuten voor aanvang van het onderzoek aanwezig te zijn met de papieren die u voor het onderzoek heeft gekregen.

Als u voor de eerste keer in het ziekenhuis bent, moet u zich inschrijven aan de receptie bij de hoofdingang van het ziekenhuis. Neemt u hiervoor een geldig identiteitsbewijs mee.

Toestel

Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een CT-scanner. Voor meer informatie over het toestel kijkt u elders op deze website.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Als u aan de beurt bent, haalt de laborant u op en brengt u naar de kleedruimte. De laborant zal uw gegevens controleren en indien nodig een screeningslijst met u doornemen. Vervolgens vraagt hij/zij u om eventueel kleding en sieraden uit te doen.

Eventueel wordt er een infuus geprikt, via het infuus wordt dan tijdens het onderzoek contrastvloeistof via het bloedvat toegediend.

U mag daarna in de CT-ruimte plaatsnemen op de onderzoekstafel. De laborant schuift de tafel in de opening van de CT-scan tot aan de plaats, die moet worden onderzocht.

Het is mogelijk dat er voor een CT-scan van de buik via de anus contrastvloeistof wordt ingebracht. Dit is afhankelijk of de radioloog dit nodig acht.

Daarna maakt de laborant een serie opnamen van het onderzoeksgebied. Hiervoor wordt de tafel automatisch steeds een stukje verder verplaatst. Tijdens het hele onderzoek moet u zo stil en ontspannen mogelijk blijven liggen. De opnamen kunnen mislukken als u zich beweegt. Soms wordt u gevraagd uw adem in te houden.

Hoe lang duurt het onderzoek?

Het onderzoek duurt ongeveer 10 tot 15 minuten.

Van wie krijgt u de uitslag?

U krijgt de uitslag van de huisarts of uw behandelend specialist. Deze bespreekt de uitslag met u bij de eerstvolgende afspraak.

Contrastmiddelen

Het kan zijn dat u voorafgaande aan het onderzoek een contrastmiddel moet drinken. Uw lichaam breekt deze vloeistof af en u plast het uit. U kunt wel een verdunde ontlasting krijgen.

Daarnaast kan het zijn dat u tijdens het onderzoek contrastvloeistof toegediend krijgt via een infuus. Hierdoor kunnen organen en weefsels in het lichaam beter zichtbaar worden gemaakt.

In bepaalde situaties kan een onderzoek met contrastvloeistof niet zonder meer doorgaan; met name uw nierfunctie is hierin belangrijk. Uw behandelend arts heeft met u gesproken over de eventuele risico’s die kunnen optreden tijdens het röntgenonderzoek. Als het nodig is heeft uw arts hiervoor actie ondernomen.

Wanneer u contrastmiddel via het bloedvat (infuus) krijgt, kunt u het wat warm krijgen, een branderig gevoel in de keel of het gevoel dat u plast. Dit is normaal. Ook deze vloeistof zal het lichaam afbreken en via de urine uitscheiden.

Jodiumhoudende contrastmiddelen

Jodiumhoudende contrastmiddelen kunnen tijdens de CT-scan via de bloedvaten worden ingespoten. Het gaat niet om het drinken van deze vloeistof. Ook andere vloeistoffen, zoals toegediend voor een röntgenonderzoek van de darmen (bariumpap), MRI-onderzoek, contrastmiddelen van de oogarts of onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde vallen hier buiten.

Algemene veiligheid

Moderne jodiumhoudende contrastmiddelen zijn veilige middelen, waarbij slechts zelden bijwerkingen worden gezien. Bij sommige patiënten is er kans op beschadiging van nieren of kunnen problemen ontstaan bij gebruik van Metformine.

Effect op de nieren

Het belangrijkste probleem dat zich kan voordoen is een tijdelijke of blijvende verslechtering van de werking van de nieren. Deze problemen kunnen zich vooral voordoen bij:

  • nieren die al slecht werken;
  • suikerziekte (diabetes mellitus);
  • combinatie van suikerziekte met slecht werkende nieren;
  • hart- en vaatziekten;
  • uitdroging;
  • gebruik van plastabletten;
  • gebruik van zogenaamde NSAID’s. Deze middelen worden gebruikt tegen pijn en om ontstekingen te remmen. Veel gebruikt zijn Diclofenac, Ibuprofen en Naproxen. Wilt u weten of de geneesmiddelen die u gebruikt tot de groep NSAID behoren, dan kunt u dit navragen bij uw apotheek, huisarts of specialist. Ook kunt u dit via internet opzoeken, bijvoorbeeld bij www.apotheek.nl;
  • gebruik van sommige andere medicijnen, zie ook hiervoor www.apotheek.nl ;
  • bloedarmoede;
  • te lage bloeddruk;
  • leeftijd boven 75 jaar;
  • ziekte van Kahler;
  • ziekte van Waldenström.

Voor alle zekerheid zorgen wij dat er van alle patiënten die een onderzoek met jodiumhoudend contrastvloeistof krijgen een nierfunctie bekend is die niet ouder is dan drie maanden.

Waar moet de patiënt zelf op bedacht zijn?

Is er bij u sprake van het bovengenoemde, dan is het van belang te weten of er nadere maatregelen noodzakelijk zijn, zoals toedienen van extra vocht. Vraagt u dit na bij uw behandelend specialist. Mogelijk heeft zich sinds het maken van de afspraak voor het onderzoek of de behandeling het volgende voorgedaan:

  • ernstige diarree of braken;
  • hoge koorts;
  • begonnen met nieuwe medicijnen die effect hebben op de werking van de nieren;
  • het ontstaan van problemen aan hart- of bloedvaten.

Waarschuwt u in deze gevallen of bij twijfel de specialist die u heeft verwezen voor de behandeling met jodiumhoudende contrastmiddelen. Indien u plastabletten (diuretica) of NSAID’s (zie boven) gebruikt, dient u deze de dag vóór en de dag van de behandeling niet meer in te nemen. Ook is het belangrijk om de dag vóór de behandeling voldoende te drinken en voldoende zout te gebruiken. Staat u op een zoutarm dieet of mag u niet teveel drinken, neem dan contact op de arts of specialist die dit heeft voorgeschreven.

Als blijkt dat de nieren niet goed werken

Als uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat de werking van de nieren onvoldoende is, moet worden bekeken hoe groot het risico van toediening van contrastmiddel is. Als de werking van de nieren niet ernstig is gestoord, zult u waarschijnlijk alleen het advies krijgen om de dag voor het onderzoek en na het onderzoek voldoende te drinken en zout te gebruiken.

Als de werking van de nieren te ernstig gestoord is, zijn er de volgende mogelijkheden:

  • De specialist die u heeft doorverwezen zal nagaan hoe belangrijk de behandeling voor u is en of er andere onderzoeken of behandelingen mogelijk zijn zonder jodiumhoudend contrastmiddel
  • U krijgt via een infuus voor en na de toediening van contrastmiddel extra vocht toegediend. Hiervoor wordt u opgenomen in het ziekenhuis.

Metformine (Glucophage®)

ls u met tabletten behandeld wordt voor suikerziekte is het van belang om te weten of de nieren goed werken. Als de nieren niet goed werken en u gebruikt Metformine (dit is hetzelfde als Glucophage®) voor de suikerziekte, is het mogelijk dat u dit middel tijdelijk niet meer mag gebruiken. Als u niet weet welke soort tabletten u gebruikt, vraagt u er dan naar bij uw arts of apotheker. Informeert u zo vroeg mogelijk bij uw arts of specialist of u de Metformine moet laten staan. Wacht hiermee niet tot de dag van het onderzoek! Indien u de Metforminetabletten moet laten staan, informeer dan bij uw diabetesbehandelaar of u tijdelijk andere tabletten moet krijgen. Ook zal de werking van de nieren gecontroleerd moeten worden voordat u weer de Metformine mag innemen. Dit zal uw aanvrager van het onderzoek voor u regelen.

Allergie

Mensen die op (veel) stoffen allergisch reageren of mensen met hooikoorts of astma hoeven niet bang te zijn voor een reactie op de moderne contrastmiddelen. Ook voor hen geldt dat allergische reacties zeldzaam zijn. De ziekenhuizen hebben het advies gekregen om een inhalator bij de hand te hebben voor het zeldzame geval dat een patiënt na toediening van contrastmiddel een astmatische aanval krijgt. Ook als iemand in het verleden een reactie kreeg op contrastmiddel is de kans op reactie bij de moderne middelen zeer klein. Alleen indien het ging om een ernstige reactie, waarvoor behandeling noodzakelijk was, wordt geadviseerd om uit voorzorg tabletten te nemen. Deze kunt u krijgen via de specialist die u heeft verwezen of via de afdeling radiologie in uw ziekenhuis.

Allergie voor jodium

Allergie voor jodium op de huid heeft geen verband met eventuele reacties op het contrastmiddel. Er is dus geen bezwaar om bij deze patiënten contrastmiddelen toe te dienen.

Jodium en schildklieraandoeningen

In jodiumhoudende contrastmiddelen is het jodium gebonden aan een andere stof. Er komt ook een geringe hoeveelheid zogenoemd vrij jodium voor in deze contrastmiddelen. Dit is van belang indien u op korte termijn mogelijk behandeld zult worden met radioactief jodium (131J) voor kwaadaardige aandoeningen van de schildklier. Ook diagnostisch onderzoek met dit middel op de afdeling Nucleaire Geneeskunde zal enige tijd niet mogelijk zijn.

Met korte termijn bedoelen we hier een periode van een half jaar. Als u weet dat dit zeker of mogelijk zal gebeuren, meldt u dit dan bij uw behandelend specialist, internist of bij de afdeling radiologie. Er kan dan nagegaan worden welke andere mogelijkheden er zijn voor u.

Jodium en te snel werkende schildklier

Soms kan de geringe hoeveelheid vrij jodium in de contrastvloeistof een versnelde werking van de schildklier uitlokken. Dit is vooral het geval indien uw schildklier al te snel werkt of indien u hiervoor behandeld wordt. Het is niet aangetoond dat er geneesmiddelen zijn die dit kunnen voorkómen. Meldt u zich bij tekenen van versnelde schildklierwerking (zoals vermoeidheid, gewichtsverlies, niet verdragen van warmte, transpireren, nerveusheid, hartkloppingen) bij uw internist of huisarts.

Zwangerschap

Tijdens de zwangerschap kan een zeer klein deel van de contrastvloeistof bij de ongeboren vrucht komen. Deze hoeveelheid is echter zo klein dat er geen zorg hoeft te bestaan voor nadelige gevolgen.

Borstvoeding

Een zeer klein deel van de contrastvloeistof kan in de moedermelk terecht komen en door de baby worden gedronken. Deze hoeveelheid is echter zo klein dat er geen zorg hoeft te bestaan voor nadelige gevolgen voor de baby. Het is dan ook niet nodig om tijdelijk met de borstvoeding op te houden.

Heeft u nog vragen?

Neemt u dan contact op met de afdeling Radiologie of met uw behandelend arts.

De laborant en de radioloog vertellen u tijdens het onderzoek steeds wat er gaat gebeuren. U kunt dan ook vragen stellen.

De afdeling Radiologie van de locaties Terneuzen, Oostburg en Hulst is bereikbaar op het telefoonnummer (0115)-688433, op werkdagen van 08:00 tot 17:00 uur.

 

Voor meer informatie over de afdeling Radiologie en radiodiagnostische onderzoeken kunt u kijken op onze website: www.zorgsaam.org

 

November 2021