Begeleiding bij een Gastric Bypass door Fysiotherapie

Met de informatie op deze pagina kunt u zich voorbereiden op uw gastric bypass operatie. U krijgt onder andere uitleg over het triflo-ademapparaat en daarnaast praktische tips over bewegen. Na een gastric bypass is bewegen belangrijk. Daarom geven we ook enkele adviezen die voor u net die extra stimulans kunnen zijn om opnieuw te gaan bewegen.

Voorbereiding bij een operatie aan de buik

Om te voorkomen dat er longproblemen (longontsteking) ontstaan na de operatie is het erg belangrijk dat u goed diep doorademt, ook al hebt u pijn in de buik. Ook het ophoesten en uitspugen van slijm is belangrijk zodat de longen goed kunnen ventileren.

Wat kunt u doen om u voor te bereiden?

Als hulpmiddel krijgt u een triflo, een apparaatje met drie blauwe bolletjes. Dit apparaatje stimuleert de ademhaling, versterkt de inademspieren zodat ook het uithoudingsvermogen toeneemt en uw longinhoud groter wordt.

Triflo gebruiken

  • 5 x 1 balletje opzuigen (inademen) en zo lang mogelijk boven houden. 
  • 5 x 2 balletjes opzuigen (inademen) en zo lang mogelijk boven houden.

Herhaal deze oefening ieder uur. Neem de triflo mee als u opgenomen wordt en zet hem op uw kastje naast uw bed.

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (=NNGB) geeft een algemeen advies over bewegen en gezondheid. Opvolgen van dit advies zal gezondheidswinst opleveren. In belangrijke mate helpt het om hart- en vaataandoeningen te voorkomen. De NNGB is in 1998 vastgesteld en werd afgeleid van internationale richtlijnen. De norm verschilt per leeftijdsgroep. De adviezen zijn gebaseerd op het bevorderen van wandelen, fietsen, tuinieren, zwemmen en dergelijke.

  • Jeugd (onder de 18 jaar): dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten minimaal twee maal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie).
  • Volwassenen: een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week.

Bovenstaande norm kan worden gezien als een aanbeveling over de minimale hoeveelheid lichaamsbeweging. Extra lichaamsbeweging heeft (tot een bepaald niveau) extra gezondheidswinst tot gevolg.

Wat houdt ‘matig intensief bewegen’ in?

Deze vage omschrijving wordt duidelijk als we uitgaan van ons energieverbruik in rust. In rust, bijvoorbeeld tijdens zitten of liggen, gebruiken we natuurlijk óók energie. De hoeveelheid energie is afhankelijk van ons gewicht. Het totale energieverbruik in rust is dus voor iedereen verschillend! Dat totale, individuele energieverbruik in rust heeft een naam: MET. MET is een afkorting voor METabolic equivalent en is een maat voor stofwisselingsprocessen. Onze MET-waarde in rust is 1. Een MET-waarde van 2 geeft dus aan, dat u 2 maal de energie verbruikt die u normaal tijdens rust nodig hebt.

Nu we weten wat we in rust gebruiken, kunnen we ook de term “matig intensief” omschrijven. Voor volwassenen geldt dat matig intensief bewegen overeenkomt met MET-waarden tussen 4 en 6.5. Activiteiten die hierbij aansluiten zijn: wandelen 5 km/uur = 4 MET, fietsen 16 km/u = 6.5 MET.

Voor jeugd geldt een MET-norm van 5 (fietsen) tot 8 (rennen). Voor 55-plussers geldt een METwaarde van 3 (wandelen 4 km/u) tot 5 (fietsen 10-12 km/u). Zie voor een indruk van activiteiten met bijbehorende MET-waarden de tabel.

Bewegen

Bewegen is zeer goed voor hart en longen. Dagelijks minstens een half uur matig intensief bewegen (men kan praten tijdens de inspanning) zoals bijvoorbeeld wandelen, fietsen, sporten is een vereiste om uw conditie te verbeteren en om in gewicht af te vallen.

Afhankelijk van uw basisconditie en het doel dat u wilt bereiken, zijn andere vormen van beweging meer of minder aangewezen. Bij elke vorm van lichaamsbeweging moet u drie factoren in acht nemen, nl. duur, intensiteit en frequentie. Deze factoren verschillen afhankelijk van uw doelstelling.

Schema bewegen

Activiteit en METwaarde

Rust (liggen, zitten, ontspannen staan, eten, spreken): 1,0

Autorijden, piano spelen, computeren, typen: 2,0

Wandelen 4 km/uur: 3,0

Wandelen 5 km/uur: 4,0

Fietsen 10-12 km/uur: 5,0

Fietsen 16 km/uur: 6,5

Zwemmen (crawl) 1 km/uur: 5,0

Zwemmen (crawl) 3 km/uur: 20,0

Rennen/joggen: 8,0

Fitnorm

De fitnorm voor volwassen gaat uit van minstens 3 maal per week 20 minuten inspannende lichaamsbeweging. Het gaat om activiteiten waarbij je hartslag flink omhoog gaat, je dieper gaat ademhalen en zweten. Denk aan sporten of bijvoorbeeld het omspitten van de tuin. Onderscheid wordt gemaakt tussen:

Niet-fit:            niet of enkele keren per jaar zwaar inspannend actief

Semi-fit:          wel regelmatig zwaar inspannend actief, maar minder dan drie maal per week

Normfit:          3 of meer keren per week tenminste 20 minuten intensieve lichamelijke activiteiten

Bewegen om de fitheid te verbeteren, vereist dus een grotere inspanning dan bewegen voor gezondheidsbevordering.

Tips voor een actieve leefstijl

Kleine activiteiten in ons dagelijks leven leveren een wezenlijke bijdrage tot een fit en gezond lichaam op lange termijn. Regelmatig een flinke wandeling maken of andere fysieke activiteit doen, zal ook je ‘mentale conditie’ ten goede komen. Hieronder enkele eenvoudige beweegtips voor je dagelijks leven:

  • Neem de trap in plaats van de lift.
  • Neem de fiets of ga te voet voor korte afstanden.
  • Strijk beneden en draag je wasmand naar boven.
  • Stap eens een bushalte vroeger uit.
  • Zet je printer wat verder weg van je bureau.
  • Sta regelmatig op van je bureau en wandel vijf minuutjes.
  • Parkeer de auto eens enkele straten verder.
  • Probeer regelmatig beweegmomenten in te lassen.
  • Maak een wandeling tijdens je lunchpauze.
  • Zoek een partner om samen meer te bewegen.
  • Vergeet de carwash en was je auto zelf.
  • Wandel eens naar een collega in plaats van te bellen of mailen.

Wat doet de fysiotherapie nog meer?

We doen tijdens de voorbereiding enkele testen om een idee te krijgen over uw basisconditie. Deze metingen herhalen we tijdens de 2-3 controlemomenten na uw operatie. Hierdoor kunnen wij beweegmogelijkheden formuleren die aangepast zijn aan uw fysieke mogelijkheden en u helpen uw persoonlijk doel te bereiken. Tevens kunnen we na uw operatie zien of er verbetering optreedt van uw persoonlijke doelen. Zoals afvallen, conditie toename etc.