Adviezen bij KANS/rsi

U bent momenteel in behandeling wegens klachten aan arm, nek en schouders. Dit wordt ook wel KANS/rsi genoemd. Het begrip RSI (Repetitive Strain Injury) heeft in de praktijk een groot aantal nadelen. Het heeft een negatieve lading. Momenteel is “KANS” een alternatieve benadering, waarover landelijke overeenstemming is bereikt. We verwijzen naar de benaming KANS/rsi, totdat KANS volledig ingeburgerd is.

KANS (Klachten aan Arm, Nek en Schouders) is een verzamelnaam voor klachten zoals pijn en stijfheid in nek, schouder, arm en hand, vermoeidheid, koude handen, krachtverlies in de handen (dingen laten vallen), verlies aan gevoel, tintelingen etc. Het ontstaan van KANS/rsi wordt op verschillende manieren verklaard. Wat de ware oorzaak is, is nog niet bekend. Mogelijke verklaringen zijn onder andere een afname van de doorbloeding, het bindweefsel dat van samenstelling verandert of uitputting van het lokale zenuwstelsel. De oorzaak van KANS/rsi wordt voornamelijk gezocht in een samenhang van fysieke en psychische factoren, waarbij ook de werkplek en de organisatie (sociale factoren) een grote rol spelen. De meeste mensen ervaren wel eens klachten aan de nek, schouders of armen. Dit soort incidentele klachten betekent niet dat iemand KANS/rsi heeft. We spreken pas van KANS/rsi als deze klachten telkens terugkeren bij het uitvoeren van de werkzaamheden of direct na het beëindigen ervan.

Samenhang factoren

Waarschijnlijk is het voor u minder relevant wat er in het lichaam gebeurt als klachten ontstaan. Interessanter voor u is wat de uitwendige veroorzakers zijn van uw klachten. KANS/rsi wordt altijd in relatie gebracht tot werk. Vandaar dat de hulpverlener u, de mens, in relatie tot uw werkplek en de organisatie waarin u werkt, wil bekijken. Zelf kunt u ook naar uw werk en organisatie kijken en daaruit informatie halen die kan leiden tot “aanpassingen”  zodat klachten verminderen of verdwijnen. Ieder mens heeft een bepaalde belastbaarheid of draagkracht. Het is belangrijk om zowel naar uw lichamelijke, uw psychische als uw sociale (on-)mogelijkheden te kijken om te bepalen wat u aankunt.

Fysiek: wees u bewust van uw lichaam:

  • hoeveel kracht moet u leveren;
  • welke houding neemt u aan;
  • bent u blootgesteld aan trillingen e.d.

Psychisch: wees u bewust van uw gedachten:

  • bent u perfectionistisch;
  • welke emoties spelen er;
  • hebt u faalangst;
  • wat drijft u;
  • hoe gaat u om met stress;
  • hoe is de sfeer (op het werk).

Sociaal:

Werkplek: hierbij kan gekeken worden naar de inrichting:

  • meubilair
  • licht
  • geluid
  • vloerbedekking e.d.

Organisatie: hierbij kan gekeken worden naar:

  • regelmogelijkheden
  • werkdruk
  • werkinhoud
  • werktijden e.d.

Ieder mens voert zijn werkzaamheden uit op een bepaalde manier, via een bepaalde werktechniek. Daarnaast hanteert uw organisatie bepaalde richtlijnen om werkzaamheden uit te voeren, de zgn. werkstijl. Om deze werkstijl en werktechniek uit te voeren is facilitaire ondersteuning nodig, zoals een bureaustoel, apparatuur, hulpmiddelen e.d. Verandert uw werkplek of uw organisatie dan zal automatisch ook uw werktechniek, uw werkstijl en de facilitaire ondersteuning mee veranderen. U vindt al deze factoren terug in onderstaand figuur.

Figuur 1

Met deze samenhang in gedachten volgen hierna tips om KANS/rsi te voorkomen of te verbeteren.

Tips om KANS/rsi te voorkomen of te verbeteren

De fysieke mens

De fysieke mens

Beweeg binnen uw werk. U moet voorkomen dat u steeds in dezelfde houding blijft.

  • Let op uw houding tijdens uw werk (pols/vingers niet overmatig buigen/strekken, schouders niet opheffen, niet voorwaarts en zijwaarts heffen en niet naar buiten draaien).
  • Leer de juiste motorische vaardigheden, werk zo optimaal mogelijk.
  • Bouw uw algemene lichamelijke conditie op en eet gezond, want hoe fitter u bent, hoe minder snel kans op klachten u hebt.

De mens in relatie tot zijn werkplek, leidt tot een werktechniek:

  • Wees bewust van uw werktechniek, alleen dan kunt u zaken aanpassen (werkwijze en werkhouding).
  • Denk aan uw lichaam, voel wat er gebeurt (o.a. adem bewust).
  • Centreer uw werk en werk binnen uw comfortzones, voor de romp werken voorkomt werken in onhandige houdingen.
  • Wissel links en rechts bewegen af, want steeds dezelfde kant belasten geeft kans op overbelasting.
  • Wissel taken af, want steeds dezelfde taken doen geeft eenzijdige belasting.
  • Pas de situatie aan, aan uw gemak. Veelal is meubilair aanpasbaar.
  • Voorkom oogklachten door knipperen, een bril of afstand tot werk aan te passen.
Mens en werkplek

De mens en de werkplek

Let bij het (her-)inrichten van de werkplek op de volgende punten:

  • De werkhoogte: u moet rechtop kunnen werken, basisregel is dat de elleboog 90 graden gebogen moet zijn bij langs de romp afhangende armen.
  • De (eventuele) zithoogte: u moet met de voeten plat op de grond gesteund kunnen zitten, waarbij het onderbeen met het bovenbeen een hoek van 90 graden maakt.
  • Zijn er ergonomische aanpassingen nodig en/of mogelijk, deze kunnen uw werkhouding soms zodanig veranderen dat u minder klachten krijgt. Ook wordt soms een deel van uw belasting door een hulpmiddel overgenomen.

De werkplek in relatie tot de organisatie leidt tot een bepaalde facilitaire ondersteuning:

  • Als er werkplek aanpassingen zijn,… gebruik ze dan ook!
  • Zoek een voorbeeldwerkplek, zodat u goede ideeën van een ander ook op uw eigen werkplek kunt toepassen.
  • Als er ergonomische tips via e-mail komen, negeer die dan niet.
  • Neem indien mogelijk deel aan een permanent preventie programma/instructie over ergonomie.
  • Werk zelf mee aan een prettige werkomgeving, want hoe fijner de werkplek, des te minder kans op klachten.
Mens en organisatie

De mens en de organisatie

  • De organisatie draagt bij door interventie bij acute problemen (evt. via de Arbo-dienst).
  • De organisatie zorgt voor aangepast werk en/of aangepaste tijden.
  • De manier van leidinggeven kan bijdragen aan stressmanagement.
  • De organisatie in relatie tot de mens leidt tot een bepaalde werkstijl.
  • Zorg dat u zich aan een pauzeregime houdt. Het is belangrijk om regelmatig micropauzes te nemen. De grotere pauzes worden bij voorkeur weg van de werkplek genomen. Rust zorgt voor ontspanning lokaal (zowel lichamelijk als geestelijk).
  • Zorg bij hoge werkdruk dat u prioriteiten stelt binnen het werk. Hierdoor voorkom je het gevoel van een berg werk op je “nek” (timemanagement).
Psychische mens

De psychische mens

  • Doe aan stressmanagement, door het onderzoeken van uw gevoelens en bewust sturen van uw stemming.
  • Probeer een (probleem-)situatie vanuit een positieve gedachte te bekijken. Dit zorgt voor een meer ontspannen gevoel.
  • Leer ontspanningstechnieken, want daarmee kan u, uw lichaam ook rust geven. Buikademhaling is hierbij belangrijk.
  • Stel doelen en stel grenzen. Zo komt u niet in de knoop met het teveel van wensen van uw omgeving (of uzelf).
  • Uit uw gevoelens, opkroppen geeft spanningstoename.
  • Overleg met anderen, wat zijn hun oplossingen, hoe gaan zij met bepaalde zaken om, kunnen ze u helpen, etc.
  • Probeer humor te bewaren, een vrolijker mens ervaart een beter welbevinden.
  • Pas op met mensen die altijd negatief reageren, zij slorpen energie op.
  • Richt uw energie op de oplossing van het probleem, niet op het voortdurend herhalen van het probleem. Uw hart luchten is goed, maar daarna moet u constructief gaan nadenken over hoe u iets dan wel wilt.

U en de hulpverleners

Hiervoor werd in vogelvlucht aangegeven wat u kunt doen om uw (werk-) situatie zo te veranderen dat u zelf controle krijgt over uw welbevinden. Hulpverleners kunnen u assisteren in dit proces van veranderen. De fysiotherapeut kan u assisteren bij: het aanleren van motorische vaardigheden, het opbouwen van uw algemene conditie, bewustwording van houding en beweging, aanleren van ontspanningstechnieken en buikademhaling. Verder kan de fysiotherapeut u (mogelijk aan de hand van foto’s) adviseren over werkplek/ werktechniek en werkstijl aanpassingen. Informatie over voeding kunt u krijgen via een diëtist. Verdere informatie over ergonomie en werkplekinrichting kunt u via een bedrijfsfysiotherapeut/ ergotherapeut/ ergonoom krijgen. Informatie over de kwaliteit van uw ogen kunt u krijgen via oogarts/ bedrijfsarts en/ of opticien. Informatie over wat uw organisatie voor u kan doen kunt u krijgen via een leidinggevende/ personeelsfunctionaris of de Arbo-dienst. Informatie over hoe om te gaan met negatieve gevoelens en gedachten/ psychische zaken kunt u krijgen via een psycholoog. Zoals uit deze informatie wel blijkt, KANS/rsi is de naam voor veel verschillende soorten klachten, met een veelheid van oorzakelijke factoren, maar……… hierdoor ook een veelheid aan dingen die u zelf kunt doen om KANS/rsi te voorkomen of tegen te gaan.