Werken op de Ambulance: dagelijks een dunne lijn tussen leven en dood…

06 februari 2019
Algemeen
Ziekenhuis
Ambulancedienst

De dag van ambulanceverpleegkundige Judith d’Haens (45) begint wanneer ze haar felle groengele uniform aantrekt. De pieper gaat aan terwijl ze naar de ZorgSaam ambulance loopt. Even checken of alles op orde is. De wagen wordt schoongemaakt voor het geval er een bloedspetter over het hoofd is gezien. Er wordt gekeken of alle materialen aanwezig zijn, of ze werken naar behoren en of ze op de goede plek liggen. Ook wordt er gekeken of er genoeg zuurstofflessen aan boord zijn. Daarna kan het wachten beginnen. Wachten tot de pieper afgaat en er zomaar weer een leven in haar handen kan liggen.

Judith is geboren en getogen in Graauw. Voor de liefde is ze vertrokken naar Zierikzee en daar woont ze nu met haar partner die ook ambulanceverpleegkundige is. Haar droom om ooit verpleegkundige te worden is begonnen in het ziekenhuis in Terneuzen. “Ik moest aan mijn heup geopereerd worden als 10-jarig meisje. Ik vond de verpleegkundige zo stoer, toen wist ik het. Dat wil ik ook worden.”Uiteindelijk heeft Judith die droom meer dan waargemaakt. Ze is al 28 jaar in dienst bij ZorgSaam, waarvan 11 jaar als ambulanceverpleegkundige. En voorlopig is ze dat werk nog niet beu!

Judith aan het werk
Judith aan het werk
Als het lukt is dat natuurlijk super, maar er zijn ook gevallen dat dit niet kan. Dat is soms moeilijk. Gelukkig helpt praten met collega’s hier vaak wel goed bij

Variatie

“Het is een van de mooiste beroepen van de wereld. Je hebt de kans om mensenlevens te redden. Daarnaast vind ik het leuk dat het werk heel gevarieerd is. Geen dag is hetzelfde. Vaak weet ik voordat ik de ambulance instap nog niet eens waarvoor wij opgeroepen worden. De briefing vindt pas plaats onderweg naar de melding. Je moet dus heel snel kunnen schakelen.” Naast haar werkzaamheden in de ambulance, begeleidt Judith ook stagiaires en nieuwe medewerkers. Daarnaast vindt er veel bijscholing plaats omdat de zorg elk jaar weer verandert door nieuwe technologieën en ontwikkelingen. Eén keer in de vijf jaar moet ze een assessment halen zodat ze dit vak mag blijven doen. Een vak dat erg varieert en altijd in beweging is dus. En niet alleen de werkzaamheden zijn variërend, ook de werktijden zijn anders dan die van een 9- tot-5 baan. “Wij werken in ploegendiensten. Ook hebben we een slaapdienst waarbij je op de ambulancepost moet slapen en opgepiept wordt als het nodig is.”

Aan het werk

Wanneer de pieper van Judith zou afgaan moet ze binnen twee minuten in de ambulance zitten, samen met haar chauffeur. Eenmaal aan het rijden krijgen ze alle informatie over de melding en bereiden ze zich voor op wat komen gaat. “We bespreken de verschillende scenario’s over hoe we op locatie te werk gaan en beslissen welke spullen we gaan meenemen.” Eenmaal op de plaats van bestemming moet er vaak snel gehandeld worden. “Het eerste wat wij moeten doen, is kijken of de situatie voor onszelf veilig is. Als wij bijvoorbeeld bij een auto ongeluk komen en we inzittenden moeten behandelen, moeten we kijken of de airbag al is afgegaan. Als deze af zou gaan als wij aan het werk zijn in de auto kan dat gevaarlijk voor ons zijn en dus ook voor de patiënten.” Na het veilig stellen gaat de verpleegkundige zo snel mogelijk over op het bieden van eerste hulp. Vervolgens moet er dan snel een aantal beslissingen worden gemaakt. “Het bijzondere aan mijn vak is dat ik als verpleegkundige de beslissingen neem. In een ziekenhuis wordt dit altijd gedaan door een arts. Hier heb ik de leiding en dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee.” Eerst moet de ernst van de situatie beslist worden. “Als iemand bleek en klam is, slecht reageert en een hoge ademfrequentie heeft dan hebben we te maken met een kritieke patiënt. Als dit niet het geval is, is het soms lastig in te schatten hoe een patiënt eraan toe is. Dit komt omdat je niet weet welke inwendige letsels een patiënt heeft. Daarin kan ik gelukkig vaak terugvallen op mijn jarenlange ervaring.” Vervolgens moet Judith beslissen wat er gaat gebeuren met de patiënt: laten we de patiënt thuis of nemen we deze mee naar het ziekenhuis? En naar welk ziekenhuis dan; Terneuzen, Gent, Bruggen Antwerpen of misschien Goes? “Dat is wel een uitdaging van werken in een gebied als Zeeuws-Vlaanderen. In tegenstelling tot mijn collega’s in de randstad hebben we hier niet ‘op elke hoek’ een gespecialiseerd ziekenhuis zitten. Dus kan een beslissing naar welk ziekenhuis we gaan rijden van levensbelang zijn.”

Voor- en nadelen

Het werkgebied van Judith spreidt zich uit van Sluis tot Nieuw-Namen, maar ook boven de Westerschelde is ze weleens te vinden. Het werken in de provincie Zeeland brengt ook andere voor- en nadelen met zich mee. Zo is de aanrijtijd hier soms een lastig punt omdat alles zo uitgestrekt is en er in Zeeuws-Vlaanderen geen echte snelweg aanwezig is. Judith: “Van ons wordt verwacht dat we binnen een kwartier na de oproep bij de aangegeven locatie zijn. In dit gebied is dat soms moeilijk haalbaar. Wel een verschil met ambulanceverpleegkundigen in Amsterdam natuurlijk. Maar zij hebben dan weer te maken met meer geweld tegen de hulpdiensten. Daar hebben wij hier gelukkig niet zoveel last van! Iets waar we in dit gebied wel mee te maken hebben, is dat je heel veel mensen kent. Mijn grootste nachtmerrie als ambulanceverpleegkundige in deze regio is daarom ooit een bekende of een familielid aan te treffen in een ernstige situatie.”

Judith in de ambulance
Judith in de ambulance

De moeilijke kant

De meest gestelde vraag over haar beroep op verjaardagen is: “Jij ziet toch wel hele schokkende dingen op je werk?” Judith: “Dat klopt natuurlijk wel. Je komt weleens situaties tegen die je moeilijk van je netvlies krijgt. Kinderreanimaties, verhangingen of ernstige ongevallen met jonge mensen zijn daar voorbeelden van. Dat is voor ons ook altijd slikken en even een knop omzetten. Vooral als er in een kritieke situatie familie of bekenden van de patiënt bij zijn, word je geconfronteerd met heftige emoties. Je moet dan nooit denken; wat als dit een van mijn geliefden was? Dan word je gek! Vooral de gevallen met kinderen zijn spannend. Dat komt omdat je deze (gelukkig) niet zo vaak tegenkomt en je er dus minder ervaring in hebt. Even die emoties uitzetten en focussen! Je hebt de kans om deze mensen nog te redden, daar doe je alles aan. Als het lukt is dat natuurlijk super, maar er zijn ook gevallen dat dit niet kan. Dat is soms moeilijk. Gelukkig helpt praten met collega’s hier vaak wel goed bij. Mijn collega’s zijn als familie voor mij. Je maakt samen heftige dingen mee, dan is het fijn als je af en toe bij elkaar terecht kan om even je hart te luchten. Zelf kan ik meestal ook rust vinden als ik weet dat ik alles gedaan heb om iemand te redden en dit ook via de protocollen gegaan is. Mocht je toch nog ergens mee zitten dan is er altijd nog een bedrijfsopvangteam (BOT) binnen ZorgSaam Ambulance die je hierin kunnen begeleiden. Die nazorg is erg belangrijk!”

Judith moet niet alleen zichzelf weleens kalmeren. Als haar patiënten eenmaal in de ambulance liggen, probeert ze hen ook zoveel mogelijk gerust te stellen. “Dit doe ik door erg duidelijk te zijn tegen de patiënt. Ik leg uit wat er gaat gebeuren en welke pijnstilling ik kan toe dienen. Maar ook vraag ik, als ze aangeven angstig te zijn, waar ze bang voor zijn. Soms is dat voor naalden. Dan leg je uit dat het noodzakelijk is dat ze een prik krijgen en houd je er dus rekening mee bij het prikken zelf.” Niet alleen een angst voor naalden komt naar boven in de ambulance. “Sommige mensen hebben angst voor de dood. Dat is begrijpelijk, je ligt niet voor niets in een ambulance. Je mag mensen nooit valse hoop geven. Je legt uit dat er alles aan gedaan wordt om hun leven te redden, maar beloven dat iemand het gaat overleven kun je niet doen. Je kan van buiten soms niet zien, hoeveel letsel iemand inwendig heeft.”

Waardering

Je zou denken dat iemand die zoveel ellende ziet, overal tegen kan. “Haha, dat is dus niet zo! Ik vind het nog steeds vies als mensen overgeven! Dan word ik zelf ook misselijk!”, zegt ze lachend. “Ook word ik heel soms nog wagenziek achterin de ambulance, die zich af en toe met een maximale snelheid van 160 kilometer per uur tussen auto’s door moet manoeuvreren.” Het constante gevecht tussen leven en dood komt altijd weer terug in de ambulance. Maar dit betekent niet dat Judith bij alleen maar verdrietige situaties hulp kan bieden. “Laatst waren we met de ambulance na een rit op de terugweg, toen we werden we aangehouden door een man op straat. Zijn vrouw zat in de auto met heftige weeën en stond op het punt van bevallen! We hebben haar snel in de ambulance gelegd en tien minuten later was haar kindje geboren. Dat is toch prachtig!” Ook wordt Judith weleens gevraagd om een infuusnaaldje te prikken voor euthanasie. “Wij prikken dan het infuusnaaldje bij de patiënt thuis, op verzoek van de huisarts. Ik vind het mooi dat ik deze mensen nog een laatste dienst kan bewijzen door in een keer goed te prikken. Wij hebben meer ervaring in het prikken van infuusnaalden, vandaar dat de huisartsen ons daar vaak voor inschakelen. Een heel intiem moment beleef je dan met patiënten en vaak ook hun geliefden. Ik vind het bijzonder dat je daar deel van uit mag maken.”

Een ander mooi aspect is de waardering die mensen vaak hebben voor ambulancepersoneel. “Het gebeurt geregeld dat er weer een doos bonbons op onze koffietafel staat van mensen die zo dankbaar zijn dat je ze hebt geholpen. Die waardering, vaak in de kleinste dingen, is hartverwarmend!”, aldus Judith.

Maar als je dan altijd werkt met de dunne lijn tussen leven en dood, wordt de dood dan ook normaal? “Absoluut niet. Als dat ooit zo zou voelen dan moet ik een andere baan gaan zoeken. Dat zou niet gezond zijn. Trouwens, het redden van levens wordt ook nooit normaal. Daarom zal dit vak voor mij nog lang niet gaan vervelen en ben ik dus vast nog een tijd op de ambulance te vinden!”, zegt Judith met een trotse glimlach.

Tekst: Denise van Minnen