De week van... Albert Jan Breukelman, neuroloog

03 oktober 2017
Algemeen
Neurologie

Albert Jan Breukelman is een bekend en vertrouwd gezicht binnen ZorgSaam. Hij is al sinds 1989  neuroloog in Zeeuws-Vlaanderen. Hij is getrouwd en samen hebben ze een dochter en een zoon. Voor ons hield hij een week een dagboek bij…

Maandag

Na een fijne vakantie ga ik vandaag weer vol energie aan het werk. Vanochtend heb ik de acute dienst, dat wil zeggen spoedgevallen op de SEH zien, huisartsen te woord staan en consulten doen. Soms is dat enorm druk, maar het kan ook meevallen, hollen of stilstaan dus. De secretaresses plannen onze spreekuren heel goed, maar door allerlei onverwachte gebeurtenissen lijkt het wel eens anders. Na de visite op de afdeling handel ik veel vragen van patiënten af die in mijn vakantie zijn binnengekomen. Er staan 200 e-mails op mijn lezen te wachten. Maandagmiddag ben ik vrij geroosterd om mijn taken als voorzitter van het bestuur medische staf te kunnen vervullen. Dat doe ik nu een jaar of twee. Ik vind dit de leuke extra’s van het vak. Ik praat bij met onze secretaris, verwerk een halfuurtje e-mails en vergader met het stafbestuur. Daarna laten we ons voorlichten door twee mensen van ICT over het patiëntenportaal dat binnenkort op onze website van start gaat. De avond- en nachtdienst valt gelukkig mee, ik hoef mijn bed niet uit.

Dinsdag

Mijn ochtendprogramma bestaat uit EMG’s (een onderzoek naar de functie van de zenuwen en de spieren). Tussendoor loop ik visite en heb, net als gisteren de acute opvang. Neurologische ziekten kunnen een enorme impact op de patiënt en zijn familie hebben. Een beroerte, bloeding of tumor in de hersenen raakt je in het orgaan dat maakt wie je bent. Met je hersenen kun je denken, filosoferen, praten en handelen etc. en ineens vallen er functies uit. Dat is vaak erg bedreigend. Voor de verpleegkundigen, voor wie ik mijn petje afneem, is het een zware afdeling. Zowel lichamelijk, want de patiënt is vaak hulpbehoevend, als geestelijk, want de meeste patiënten begrijpen het niet meer, zijn onrustig, verward of angstig. ’s Middags ga ik naar de poli in Hulst. Vaak hangt daar een gezellige sfeer in de wachtkamer, het lijkt wel of iedereen elkaar kent. Ik handel daarna in Terneuzen wat spoedzaken af en ben daardoor net te laat op een vergadering van onze werkgroep Levenseinde. Deze is ontstaan uit het programma GoedLeven en ons doel is om mensen in Zeeuws-Vlaanderen bewust te laten worden van hun wensen over het levenseinde en dit dan ook te bespreken met hun naasten, hun huisarts en/of specialist. Na de vergadering ga ik gauw naar huis, want onze zoon en schoondochter zijn op de terugweg van vakantie in Frankrijk bij ons langsgekomen. Ze wonen in Den Haag. We maken er een gezellige avond van.

Woensdag

Vanochtend ook poli in Hulst. Een verpleegkundige, werkzaam bij stichting Tragel, loopt met mij mee om wat van ons vak te zien. Ik vind het altijd leuk om aan een ander wat te mogen vertellen over de neurologie. Het valt me op hoe lang ik sommige patiënten al ken. Neurologie kent veel ziekten (ziekte van Parkinson, Multipele Sclerose, epilepsie e.a.) die maken dat je lange tijd aan elkaar verbonden bent. Dat is ook de kracht van een klein ziekenhuis: chronische patiënten kunnen lange tijd door dezelfde specialist begeleid worden. De korte lijnen zorgen voor direct contact tussen patiënt en specialist. Hoewel het eigenlijk mijn vrije middag is, werk ik weer wat e-mails af, voer een paar telefoontjes en ik maak een voorstel voor een nieuw dienstrooster. ’s Avonds lekker getennist met drie vrienden en daarna bij een biertje de toestand in de wereld doorgenomen.

Donderdag

Vaak voor mij de drukste dag van de week. Een hele dag poli, multidisciplinair overleg (MDO) met de revalidatiearts, fysiotherapeut, ergotherapeute en verpleegkundige en daarna visite lopen op de afdeling. Dan nog spoedgevallen op de SEH, consulten op andere afdelingen en telefoontjes van huisartsen, collega-specialisten en neurochirurg uit UZ Gent. Ook handel ik nog wat spoedzaken voor het bestuur medische staf af. Voor ik het weet is de dag voorbij. Gelukkig heb ik een gouden secretaresse, die haarfijn aanvoelt hoe het loopt en telefonische vragen van patiënten bespreekt op het moment dat het kan en mij steeds weer van koffie en water voorziet. Om 18:00 uur snel naar huis om te eten, want mijn vrouw moet daarna naar koorrepetitie. Daarna terug naar het ziekenhuis om de boel even na te lopen en allerlei administratieve zaken af te handelen. ’s Avonds en ’s nachts nog wat spoedgevallen op de SEH.

Vrijdag

Hoe het komt, weet ik niet, maar die dag verloopt altijd rommelig. Het is bijna ongelooflijk hoeveel administratie specialisten tegenwoordig hebben te doen. Het is te hopen dat de plannen om de regeldruk in de zorg te verminderen ook daadwerkelijk vorm gaan krijgen, maar ik heb er een hard hoofd in. Alles moet “transparant” zijn. We moeten oppassen dat het geen kookboekgeneeskunde gaat worden met al die regels en richtlijnen. Je bent medisch specialist geworden om voor de individuele patiënt die voor je zit de beste oplossing te vinden voor zijn problemen en ieder is anders.

’s Avonds een gezellige avond met een vriendengroep, die een paar keer per jaar bij elkaar komt. Vrijdagavond was vroeger mijn schaakavond. Ik was behoorlijk fanatiek. Ik leerde het van mijn vader en ik gaf het weer door aan mijn zoon. Toen hij een jaar of 14 was, won hij voor het eerst van mij, daarna heb ik nooit meer van hem gewonnen. Nu staat schaken op een laag pitje. Ik zou met de combinatie van mijn andere sporten en het werk, anders geen avond meer thuis zijn.

Zaterdag

Het is echt herfst. De geur van een versgebakken appelcake met kaneel vult het huis. Ik regel wat administratieve zaken, ook voor mijn hoogbejaarde moeder, voor wie wij mantelzorger zijn. Ik maak nog een concept weekschema voor na 1 november als een jonge collega zal  beginnen en onze vakgroep weer op de gewenste sterkte komt. We waren sinds mei vorig jaar onderbemand.

Zondag

Na een flinke ochtendwandeling bereid ik het overleg Directie-Stafbestuur van a.s. maandag voor. ’s Avonds maak ik het avondeten klaar. Met al mijn bezigheden heb ik daar niet altijd tijd voor, maar ik doe het wel graag. Mijn drukke baan geeft me een hoop energie. Voorlopig denk ik nog lang niet aan stoppen!