Intensive care
Intensive care
Op de Intensive Care (IC/CC) worden patiënten behandeld die voor korte of langere tijd intensieve zorg nodig hebben. De afdeling is een combinatie van intensive care (na een grote operatie, een ernstig ongeval of bij een ernstig ziekteverloop) en coronary care (= hartbewaking bij acute hartproblemen). Er vindt onderzoek en behandeling plaats en de vitale lichaamsfuncties worden doorlopend bewaakt.
Opname Intensive Care patiënten
Een opname op de IC kan acuut of gepland zijn. Aangeraden wordt om zo weinig mogelijk persoonlijke spullen mee te nemen. Wat toiletartikelen en eventueel een bril is voldoende. Ieder bed heeft een patiëntenbel. Als de patiënt een verpleegkundige nodig heeft, kan deze de rode knop indrukken.
De vitale functies van de patiënt zoals hartritme en ademhaling worden voortdurend bewaakt. Voor deze bewaking wordt gebruik gemaakt van verschillende bewakingsapparatuur. Door de vele apparatuur kan er bij meerdere alarmsignalen tegelijk soms geluidsoverlast optreden. De meeste van deze geluiden zijn vaak van geringe betekenis, bij ieder signaal hoeft er dus niet altijd iets aan de hand te zijn. Het team van de IC probeert de geluidsoverlast van de apparatuur tot een minimum te beperken. Er is altijd een verpleegkundige die deze signalen nauw in de gaten houdt en zonodig gerichte actie onderneemt. Door de continue bewaking zijn er dag en nacht activiteiten rondom de patiënt.
Opname patiënten met hartproblemen
Een patiënt komt op de CC (coronary care unit) terecht na een verwijzing van de huisarts of de specialist. Vervoer naar de CCU vindt meestal plaats per ambulance. Redenen voor opname op de CC kunnen zijn:
- Angina pectoris (pijn op de borst)
- Hartinfarct
- Hartritmestoornissen
- Hartfalen
- Hartklepgebreken
- Ontstekingen van het hart
Zodra de diagnose is gesteld, bepaalt de cardioloog op welke afdeling de patiënt wordt opgenomen. Meestal gebeurt dit op de CC. Wanneer de toestand van de patiënt stabiel is, gaat de patiënt naar de verpleegafdeling A1(Cardiologie). Op de CCU wordt eerst onderzocht wat de oorzaak van de klachten is en er vindt ’eerste harthulp’ plaats. Voor een snelle diagnostiek vinden er een aantal onderzoeken plaats, zoals een hartfilmpje, bloedonderzoek en röntgenfoto's van hart en longen. Zo nodig vindt verder onderzoek plaats als echografie van het hart, een inspanningsonderzoek (fietstest) en een hartcatheterisatie, met behulp van contrastvloeistof worden de kransslagaderen in beeld gebracht. Dit onderzoek wordt gedaan in het Maria Middelares Ziekenhuis in Gent, door de cardiologen die verbonden zijn aan ons ziekenhuis. Tijdens het verblijf op de CC zijn de volgende behandelingen mogelijk:
- Toedienen van medicatie bij angina pectoris, hartritmestoornissen en hartfalen.
- PTCA (dotterbehandeling). Indien nodig wordt de patiënt met een dreigend hartinfarct met spoed overgeplaatst naar Maria Middelares ziekenhuis in Gent voor een dotterbehandeling en eventueel een stentplaatsing.
- Cardioversie (gecontroleerde stroomstoot) bij hartritmestoornissen.
- Defibrillatie (stroomstoot) bij levensbedreigende hartritmestoornis.
- Pacemakerimplantatie (inwendig en uitwendig) bij hartritmestoornissen en hartfalen.
- Behandeling van een bedreigend hoge bloeddruk.
- Trombolysebehandeling bij hartinfarcten. Het betreft een behandeling met medicijnen. Het is van belang dit middel zo spoedig mogelijk toe te dienen om mogelijk een bloedstolsel in één van de kransslagaderen te vermijden.
Algemene apparatuur op de intensive care:
ECG: hartritmebewaking
De hartslag wordt zichtbaar gemaakt op een monitor bij het bed. Hiervoor zitten enkele electrodes op de borst die de patiënt met dunne kabeltjes aan de monitor verbinden.
Bloeddruk
Dit gebeurt met een manchet om de arm. De bloeddruk meten wij ook vaak via een dun slangetje in de pols. Hieruit nemen wij ook bloedmonsters voor het laboratorium. De patiënt hoeft dan niet geprikt te worden.
Zuurstofgehalte in uw bloed
De patiënt krijgt hiervoor een knijpertje op de vinger, waarmee wij het zuurstofgehalte in het bloed meten.
Temperatuur
De temperatuur wordt gemeten met een oorthermometer. Wij gebruiken zonodig een electronische thermometer die continue kan blijven zitten.
Diverse infuuspompen
Deze zorgen voor een nauwkeurige toediening van vocht en medicijnen. Als de infuuspompen leeg zijn dan is er een alarmsignaal te horen.
Beademingsmachine
Indien noodzakelijk, is er de mogelijkheid de ademhaling van de patiënt via een beademingsmachine over te nemen of te ondersteunen.
Artsenvisite
Iedere morgen komt de intensivist langs om de patiënt te onderzoeken en het beleid zonodig aan te passen. Het kan echter nodig zijn het beleid gedurende de dag vaker aan te passen omdat de gezondheidstoestand daar om vraagt. De verpleegkundige voert dit beleid uit en is zodoende bijna voortdurend rondom het bed bezig met verzorging, medisch-technische handelingen en begeleiding. ’s Middags vindt er een overleg plaats met de verschillende specialisten over het te voeren beleid (MDO).
Na de Intensive Care
Zodra de patiënt de specialistische zorg niet meer nodig heeft, gaat de patiënt (terug) naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige van die afdeling komt de patiënt ophalen. Soms kan de patiënt rechtstreeks naar huis.
De medewerkers
| Leiding: | Hoofd acute zorg Coördinator acute zorg |
| Medisch specialisten: | Alle medisch specialisten komen indien nodig op de IC |
| IC-verpleegkundigen: | Per dienst zorgt een vaste verpleegkundige voor maximaal 3 patiënten. Er wordt gewerkt volgens het systeem van patiëntentoewijzing. De patiënt wordt hierdoor zoveel mogelijk door dezelfde verpleegkundige verzorgd. Het verpleegkundig team bestaat uit ongeveer 35 verpleegkundigen die opgeleid zijn om specialistische zorg te verlenen op de IC/CC. |
| Overige zorgverleners: | De fysiotherapeut, diëtist of geestelijk verzorger kunnen betrokken zijn bij de behandeling van een patiënt op de IC. |
